De beste Nederlandse en Belgische SF, Fantasy en Horror van 2020

Home » Jaar » 2021

Genres

Category Archives: 2021

De put, de weg en de sterren – Mike Jansen

Now, I’m not saying it was aliens, but… it was aliens…

 

Voor de zoveelste keer vroeg Hans Hoekstra zich af hoe hij zo gek was geweest in te gaan op de uitnodiging van het SFC, Gliese 876 te bezoeken. Hij legde zijn beduimelde eerste druk van Wilde’s ‘The importance of being Earnest’ naast zich neer en staarde naar het quantumgordijn – een niets zo diep dat het aan je ogen trok – dat het schip omsloot. Daarmee was het schip hermetisch afgesloten van de rest van het universum terwijl de Alcubierre aandrijving de ruimte om hen heen vervormde.

Al met al duurde de reis toch bijna vijf jaar, waarvan hij er zo’n drie in diepslaap zou doorbrengen. Hij telde de dagen al af dat het zijn beurt zou zijn. De scheepsbibliotheek bevatte meer boeken dan hij ooit zou kunnen lezen, maar zijn interesse ging met name uit naar metamaterialen, superkritische plasma’s en exotische kristal­structuren. Daar was niet zoveel van te vinden en de helft had hij zelf geschreven.

De dag dat de heer Smith zijn kantoor instapte, vergezeld door August Renard, de CEO van MetaLes Inc., lag nog vers in zijn geheugen. Het was de dag die zijn leven eerst in een stroom­versnelling wierp en hem vervolgens liet stranden in de Space Force 22 op weg naar Gliese 876.

(more…)

Rouw in 3D – Wendy Torenvliet

Andrea slaat de passagiersdeur dicht en de autogordel glijdt met een zoemend geluid om haar heen. Op de achterbank heeft Thomas de VR-bril gegrepen en zich ondergedompeld in de wereld van Pixie Pepper­mint, de laatste rage onder zijn leeftijdsgenootjes. Zijn vrolijke gelach schalt door de afgesloten ruimte en onwillekeurig schieten Andrea en ik ook in de lach. Thomas’ geschater heeft nu eenmaal dat effect op ons.

Het is vakantietijd en we zijn net met zijn drieën naar de dierentuin in Rotterdam geweest. De interactieve tentoonstelling over kwallen was prachtig vormgegeven: het leek net alsof je echt door de diepzee liep met overal om je heen de lichtgevende, zich ritmisch voort­stuwende beestjes. Er was zelfs gedacht aan de sensatie van water tegen je huid, doorgegeven door de VR-stickers die bij binnenkomst achter in onze nekken werden geplakt.

(more…)

De Vulkaantemmers van Hoog-Holland – Tais Teng & Jaap Boekestein

#

 

De ochtend voor Mudrost haar vertelde dat de wereld binnenkort zou vergaan, leidde Dorianne de president van Mexico rond over de top van Hoog-Holland. De president-voor-het-leven kon zich laten voorstaan op illustere voorouders, niet minder dan zes generaties drugsdealers, met de legendarische Joaquín “El Chapo” Guzmán als zijn betovergrootvader.

Voor Dorianne was het afkeer op het eerste gezicht. Alejandro III was ook zo’n wandelend cliché met zijn hangsnor en dat sierlitteken door zijn rechterwenkbrauw!

Een ijdele opschepper, besloot Dorianne, die met dat ivoor en parel­moeren pistool waarschijnlijk nog geen teruggebrachte olifant op tien passen afstand kon raken.

Nu had Dorianne niets tegen stoere mannen, niet met een echtgenoot als hoofd van de veiligheidsdienst, maar dit was een lapzwans. El Chapo’s legendarische bloed moest bijkans homeo­pathisch verdund door de aders van deze kerel stromen.

(more…)

Mirage – Maarten Luikhoven

Het regende, terwijl af en toe een straaltje zon de omgeving verlichtte. Zo begon mijn dag. Ik stond op de veranda van mijn huis en sloot de deur. Ik hoorde lachen van de zijkant van het huis, alsof er een kind giechelde. Nieuwsgierig liep ik erheen. Een jong meisje, nog geen zes, met lang rood haar en een groen jurkje zat op de stronk van de omgezaagde boom. Ze keek me onschuldig aan met heldergroene ogen. Ze glimlachte vriendelijk.

Ik ben niet getrouwd, ik heb geen kinderen, maar dit meisje gaf me, hoe kan ik het verklaren, vaderlijke gevoelens. En die ogen, die deden me denken aan Brenda Rittenbach, de blonde schone van het eindfeest op de middelbare. Ik zat in het football-team, dus ik kon geen afleiding gebruiken. We groeiden uit elkaar en dat brak onze relatie.

Ik liep op haar af en reikte haar mijn hand. ‘Wie ben je, ken ik je?’ Het meisje strekte haar rechterhand uit maar voor ze me raakte verdween ze, opgelost in de lucht, nergens te zien, als een mirage, een fata morgana.

Ik bleef verward achter. Ik keek om me heen of er iemand in de buurt was die hetzelfde gezien had.

‘Verman jezelf, Pete.’ Ik moest maar wat koffie scoren. Ik stapte in mijn afgetrapte, tien jaar oude Buick en begaf me naar het bureau, waar een dozijn zaken op me wachtte. Afleiding genoeg, hoewel het saaie zaken waren. Inbraken, burengerucht, misschien een beroving.

(more…)

Pake Pollok – Joost Uitdehaag

Het moment dat mijn leven uiteenspatte kwam op een vrijdag­middag in café Hooghoudt. Koffie met slagroom en likeur was een luxe waar Robin en ik de hele week naar uitkeken; speciaal voor dit uitje hadden we ons bij het raam genesteld, zodat we de herfstbladeren konden zien die over de Grote Markt joegen. De andere gasten in het kleine café keken heimelijk naar ons en glimlachten dan, want we waren net een meet-cute uit een romantische komedie: ik de intellectuele student met een tweed jasje uit de Kringloopwinkel, Robin de briljante journaliste met een witte baret, nog van haar oma.

‘Hoe ging je gesprek met human resources?’ vroeg ik.

Water glinsterde in haar ogen. Ze tikte het weg met de punt van haar perfecte nagels, maar ik had het al gezien. Ik schrok ervan. Robin liet zich niet snel gaan.

‘Een gesprek met een chatbot,’ zei ze.

(more…)

Het paradijs gevonden – Johan Klein Haneveld

‘Het was ook te mooi om waar te zijn.’ De woorden dreunden als keien in een bergrivier. Dolmin leunde voorover, zijn ellebogen op zijn knieën, terwijl hij naar de vlammen staarde. Het schijnsel liet de metalen platen van zijn voorhoofd en zijn borst gloeien en schiep rode vonken in de anders dode lenzen van zijn ogen. Op de plekken waar zijn pantser moest kunnen bewegen, kronkelden buizen en draden. Ik wist niet of er nog wel organische delen in zijn lichaam waren overgebleven. Hij zuchtte, een geluid dat bijna te menselijk leek voor zijn mechanische natuur. ‘De kaart wees inderdaad de weg naar een verborgen dal tussen de bergen. En we vonden er de ruïnes van een tempel. Maar er leefde niemand meer en de grond was dor, net als elders. Geen rijstvelden, geen schatten. Alleen maar botten.’

‘Wij zijn daar ook geweest,’ klonk het van de andere kant van de lichtkring. De centaur Somina lag daar, haar benen onder zich gevouwen, de kunststof bekleding van haar flanken trillend door de erachter verborgen machinerie. Ze had haar armen voor haar borsten over elkaar geslagen. Een van haar mannen, een kaal wezen op ijzeren spinnenpoten met een brede band van sensors en meetapparatuur op het voorhoofd, schuifelde dichterbij. Hij stak haar onderdanig een spies toe.

‘Een rat?’ brieste Somina. ‘Is dat alles?’

(more…)

Retrometheus – Paul Harland & Mike Jansen

1

 

Moskou was in de greep van de sneeuw. Op de Nevski Prospekt lag het zelfs een halve meter hoog. Door zijn das heen uitte Ilya Vasiljevitsj Tserentsjov een gesmoorde vloek aan het adres van het aanhoudende slechte weer. Als het de laatste drie weken niet zo had gesneeuwd hadden ze de hulp van het Verenigd Europa niet hoeven inroepen. Maar hij moest toegeven dat de voedselhulp een uitkomst was. De Russische Federatie was Europa niets dan dank verschuldigd.

Ilya sloeg de sneeuw van zijn wanten en slenterde langs de rij wachtende huismoeders naar de voorste vrachtwagen. De wagens versperden de volle breedte van de Prospekt: lange kleurige balken van canvas, met op de zijkant de tekst ‘Europa helpt de Russische Federatie’ in zestien talen, waaronder het Cyrillisch schrift. Onopvallend hield hij stil naast twee druk gesticulerende vrouwen. Niemand besteedde enige aandacht aan hem: een grijsharige oudere man in een volumineuze bontjas.

‘Natuurlijk hebben we genoeg graan!’ riep een van de vrouwen. ‘Het stond gisteren nog in de Novaja Pravda. De regering is alleen te stom om het naar de goeie plaatsen te transporteren.’

‘Wat we nodig hebben,’ zei een man met een gezicht als een ongeschoren walrus, ‘is een echte leider. Iemand die zijn zaken goed op een rij heeft.’ Hij gebaarde breed. ‘Zo’n regering die weet helemaal niet wat hier nodig is. Zij hoeven niet in de kou te staan voor wat brood en een pak koffie.’

(more…)

Een winterlied voor trol en langeleik – Tais Teng

En nu wil je vast wel een prachtig verhaal horen, ja? Er gaat niets boven goed verhaal als je je harige buik rond hebt gegeten. Je hoeft niet te grommen of je lange, lange slagtanden te ontbloten. Dat maakt echt geen indruk op me, want ik weet dat je mij nog niet zal vermoorden. Je hebt net mijn metgezel opgeslokt. Ik zag dat je de dijbeenbotten niet eens hebt gespleten om bij het smakelijke merg te komen, dus ik weet dat er geen hap meer bij kan. Te vol zelfs om te boeren.

Trek die klauw in! Ik snap het echt wel: geen geouwehoer meer. Goed, best. Ik begin mijn verhaal.

(more…)

Dochter van de Aardstroom – Jan J.B. Kuipers

Laten wij volgen, waarheen de Schikgodinnen ons ook voeren.

Vergilius

 

Schult keek naar boven. Een nieuwe zwerm insecten trok noord­waarts. Als een rookpluim stonden ze afgetekend tegen het schemerige uitspansel, dat naar het noorden toe overging in een effen grijs waas, waaruit vage slierten als regenbuien naar de aarde reikten. Ze liep traag terug naar de open cabine en stapte weer in. Naast haar lag Oert tegen de sleetse polstering van de rugleuning, haar ogen dof, het haar in pieken langs haar kaken. Schult trok aan de gashendel en puffend zette het vrachtwagentje zich opnieuw in beweging over het keienspoor.

De zon, een overrijpe pruim in de zuidelijke hemel, kleurde de plas die Schult zojuist aan de kant van het pad had gedeponeerd rood­bruin. Vanaf mijn plekje in de laadbak, achter de reduxbrander en met mijn kont op de ingevouwen tent, was dat eventjes goed te zien, tot we verder waren gehobbeld en het hele, kale landschap de kleur had aangenomen van de pis van Schult.

(more…)

Te lang – Hay van den Munckhof

In de schaduw van een bemoste ruïne beweegt iets. Opwaaiend stof kan het niet zijn, want de hemel ligt als een loodzware deken over een stille, klamme wereld.

De man legt een pijl op zijn boog. Gevaar boezemt hem geen angst in. Gevaar betekent voedsel of de dood. Het eerste is altijd welkom, het tweede soms nog meer.

‘Ik hoop dat je hand nog vast is, oude man. Kom dichterbij. Dan mis je mijn hart niet.’

Hij laat de boog zakken en loopt verder. Voor het eerst in jaren hoort hij een stem die hem aan zijn jeugd herinnert.

Naast iets dat ooit een garage kan zijn geweest, zit een uitge­mergeld meisje. Haar helderblauwe ogen boren zich in zijn ziel en laten hem niet meer los.

De man hurkt naast haar neer, veegt de vliegen van haar gezicht en schroeft de dop van zijn veldfles. ‘Wat moet ik met jouw hart, meisje?’ zegt hij, terwijl ze gulzig drinkt. ‘Je mag het houden.’

(more…)

Regatta van Duizend Glinsterende Kathedralen – Jaap Boekestein

De meszuivere toon uit de staartkelen van de kighaâdesh anderlingen steeg hoger en hoger, gevolgd door de evenwichtige echo’s van het Immer Heilige Dal. Het Filigreinen Woud begon te zoemen, ten teken dat de Toon klaar en oprecht was. De gruis- en sneeuwmassa’s op de top van de omringende Vigilante Bergtoppen, bleven onberoerd.

Ambassadeur Brehiminië Saegewhalen stak als mens iets uit boven de schorpioenachtige kighaâdesh. Zij droeg het officiële zwart-met-purperen uniform van het Oneindige Rijk. Aan haar rechterhand had zij de groene handschoen van Pax Galactica. Op haar rug, gebonden en verzegeld met rode laklinten, was haar linkerhand gehuld in de traditionele roestige stekelvuist van Rechtvaardige Retributie.

Tweehonderd jaar van onderhandelingen hadden tot dit moment geleid. Eindelijk zouden de tienduizend werelden van de Yaons sterrengordel toegankelijk worden voor het Oneindige Rijk. Avon­turiers, handelshuizen en ontginners stonden te popelen dit nieuwe gebied te betreden.

(more…)

Zwanenzang – Kelly van der Laan

Als je Josie Albini vraagt naar het precieze moment dat haar lichaam stierf, dan kan ze het zich niet eens herinneren. Ze haalt haar schouders op. ‘Het gebeurde ergens tijdens het kampioenschap speedbootracen en daar ging op dat moment al mijn aandacht naartoe. Ik was gefocust als een laser.’ 

 

***

 

Josie was in gevecht om de derde plaats en ze kon die plek op het podium bijna proeven. Het smaakte naar triomf en het brakke water van het rivierengebied. Regenboogkleurig water spatte om haar heen, de adrenaline pompte door haar lijf, en haar handen klemden zo stijf om het roer van haar speedboot dat de afdrukken van haar vingers waarschijnlijk in het leer zouden achterblijven tot de volgende patch release.

(more…)

De Nonnen van het Halve Gezicht – Sigrid Lensink-Damen

Kremlinklooster van Ekatarinaburg aan de Oeral,

behandelkamer van het Bureau ter Redding van het Nederlandse Volk (REDNED),

24 september 2147

 

Huilen mocht ik niet van Anna. Ik probeerde nog wel mijn flauwe “An-voor”-en-“An-na”-grap, maar ze onderbrak me.

‘Iris,’ zei ze. ‘Jij bent straks Getuige en ik wil dat je een beter verhaal vertelt dan “het was gruwelijk”.’ Ze ging op het behandelbed liggen.

Het was gruwelijk. En tegelijkertijd was het gruwelijk mooi. Alleen wist ik dat toen nog niet. Wie deed het dan ook, vrijwillig deze verminking ondergaan? Niemand. Nooit. Natuurlijk wilde ze een goede Getuige. De blauwe jurk met het grijze overschort had ze al aange­trokken. Ze lag daar op het kale behandelbed, vouwde haar handen over haar borst. Ik mocht niet huilen. Haar vollemaans­gezicht lichtte geelwit op in het kunstmatige licht, haar reebruine ogen waren op mij gericht.

De REDNED-agenten die ons hier hadden gebracht, keken strak naar de twee stoelen in de hoek. Niemand sprak. Toen de artsen, een man en een vrouw, binnenkwamen, vertrokken de agenten met een schuchter knikje.

(more…)

Muizenoortjes en tiara’s – Roelof Goudriaan & Tais Teng

‘Hup, hup!’ joelde de wekker. ‘Het is al half zes. Hoofd uit het kussen en je oortjes op.’

Giselle graaide naar de wekker maar het onding ontweek haar vingers met een pesterig huppelsprongetje. Het was trouwens maar beter dat ze misgreep: vorige week had de wekker haar een zeldzaam gemene schok gegeven toen ze hem uit probeerde te zetten. Natuurlijk had de wekker als monitor het recht recalcitrante figuranten terecht te wijzen, maar hij maakte daar wel erg gretig gebruik van.

‘An die arbeit!’ vervolgde de wekker vanaf de klerenkast en rinkelde opnieuw. ‘Zoals de Grote Regisseur altijd zegt: Werkt vlijtig en blijf in je rol. Iedere prinses was eens een nederig figurantje.’

Giselle sjorde haar kriebelige muizenpak aan, zette haar oortjes op. Haar muizenoutfit was een overblijfsel van een vorig seizoen: iedereen liep toen noodgedwongen in rare dierenpakken rond en de monitors hadden zich tot een eendvorm gemorphd. Nu ja, hoe irritant de wekker ook was, die overspannen kwakende eenden waren erger geweest. Als ze aan Kwik, Kwek en Kwak dacht, balde ze automatisch haar vuisten.

Het was zo’n opluchting geweest toen het geldpakhuis van die oude eend in een kasteel veranderde. Er was natuurlijk een race naar de poort ontstaan zodra de eerste acte van het scenario doorkwam. Helaas was een buurmeisje dichterbij geweest en ze had de rode roos als eerste geplukt. Dat maakte haar natuurlijk nog niet tot Belle, maar Belle’s liefhebbende moeder viel ook niet te versmaden.

(more…)

Hildernisse: een documentaire – Mark Groenen

Freek de Voorste, voormalig burgemeester van Hildernisse:

Ik had nooit gedacht dat ons dorpje wereldnieuws zou worden. Tot de Roos kwam had niemand ooit van ons dorp gehoord. Dat is ook precies de reden dat het hier zo uit de hand heeft kunnen lopen. In een stad als Amsterdam of zelfs Amersfoort had het nooit kunnen uitgroeien tot de proporties die het hier kreeg.

 

Jessie Greeve, economiestudente:

Ik weet niet of ik de eerste was die de Roos zag, maar ik was wel de eerste die een foto ervan online plaatste. Geloof me, veel hashtags met Hildernisse zijn er niet, dus het is eenvoudig te controleren. Het was toen niets meer dan gewoon een mooi beeld. Ik liep over het marktplein naar de bushalte, om naar school te gaan toen ik haar zag. Ondanks dat ik haast had stopte ik, toen ik de bloem zag, alsof ze me riep.

De Roos was nog maar klein toen. Haar bloembladeren waren diepzwart en zacht als fluweel. De vroege lentezon viel perfect op de dauwdruppels die haar sierden als parels. Kijk hoe het licht breekt: talloze regenboogkleuren. Ik zakte neer op mijn knieën voor de perfecte hoek, nam de foto en sprintte voor mijn bus. Eenmaal in het voertuig zette ik de foto online. Het kreeg een handvol likes, meer niet.

(more…)

De Incunabel van Asgard – Michael Blommaert & Mike Jansen

Het was een zomer als geen andere in de afgelopen tien jaren. 1665 zou de geschiedenis ingaan als een zinderend jaar. Hun schip lag voor anker voor de rede van Amsterdam, te wachten op het zuchtje wind dat hen de Zuyderzee uit kon blazen.

Jan Swammerdam zuchtte diep en bestudeerde de silhouet van Amsterdam, meer dan een mijl verderop. De stad zuchtte onder de ongebruikelijke hitte en dat was een van de weinige voordelen van het verblijf aan boord van de Seedraeck, de koelte van het Zuyderzeewater.

Hij liep naar de andere zijde van het schip waar hij aan de horizon nog net de kerktoren van Marcken boven de horizon zag uitsteken.

Heer Skaldir stond over het boord gebogen, maar zijn massieve gestalte bleef indrukwekkend. Zijn haar was samengebonden onder een kleurige sjaal, zoals de potsenmakers op de jaarmarkten dat plachten te doen. Bedachtzaam bestudeerde hij de kolkingen van het water van de Amstel dat zich hier vermengde met het brakke zeewater. Hij trok zachtjes aan zijn Goudsche pijp en de zoete rook dreef in de richting van Swammerdam.

‘Verstoort deze windstilte ons schema?’ vroeg Swammerdam.

‘Vanavond steekt de wind op,’ zei Skaldir. Zijn stem was zacht, maar krachtig en Swammerdam merkte regelmatig op hoe ver die stem droeg. Hij vermoedde meer achter Skaldir, maar de man had zijn verhalen nog niet met hem gedeeld. Wel zijn doelen.

‘We zijn op tijd voor de zonnewende?’ vroeg Swammerdam.

‘Absoluut,’ antwoordde Skaldir. Hij keek naar Swammerdam met zijn diepblauwe ogen tot Swammerdam knipperde en wegkeek.

(more…)

Kinder Surprise – Debby Willems

Aan mijn lieve Yvox,

 

Handgeschreven brieven lijken inmiddels slechts nog onderdeel van het verleden. Toch schrijf ik deze brief zoals je ziet met een authentieke vulpen op papier, speciaal voor jou. Ach, noem het sentiment – of wellicht dat ik met mijn zwierige handschrift toch nog even wil laten zien dat die dure cursus kalligrafie niet voor niets is geweest.

Jij bent een bijzonder mens – in vele opzichten. Natuurlijk ziet iedereen zijn eigen kind als het bijzonderst, maar jij hebt ook daadwerkelijk geschiedenis geschreven. Dat heb je vooral aan je andere papa te danken.

Papa Dex en ik hadden altijd al een grote kinderwens. Natuurlijk, we hadden al veel eerder aan kinderen kunnen beginnen. Adoptie of een draagmoeder waren uiteraard opties. Opties, waarvoor we afhankelijk waren van het DNA van anderen. Onze ultieme droom was eigenlijk om een kind te krijgen dat onafhankelijk van anderen écht een combinatie zou zijn van onszelf – van ons eigen DNA. Een kind, van ons samen.

Als gepromoveerd biomedisch laborant beet papa Dex zich vast in onze droom. Oh, wat heeft hij vaak overuren gemaakt. Ik vreesde soms zelfs dat hij de haren uit zijn eigen hoofd zou trekken wanneer de uitkomsten weer eens niet waren zoals hij had gehoopt. Maar langzaamaan begonnen zijn ogen steeds vaker te glimmen – vorderingen die hij voor mij verzweeg uit angst dat het slechts valse hoop zou zijn. Hij had beter moeten weten, dan denken dat hij ook maar iets voor mij verborgen had kunnen houden.

(more…)

Een tijdelijk probleem – Guido Eekhaut

Wacht es effen. Een secondje. Die man daar, ja, die vent. Wie is dat? Wat is z’n naam, zeg je? John Wilmot? De tweede graaf van Rochester? Is dat die man? Is dat de man met wie wij dit moeten doen? Je weet toch wie hij is? Was, veeleer. Nee? Laat ik je even Antonia Fraser citeren: Een dronken schurk, een obscene grappenmaker, een satiricus maar dan geniaal. En ze was dan nog vriendelijk. Hij stierf op de rijpe leeftijd van drieëndertig en sommigen noemden hem (waarschijn­lijk niet in z’n gezicht) de Gekke Graaf. Hij was amoreel, het meest vooraanstaande voorbeeld van een losbol, een Rake, en dan blijf ook ik beleefd. Je weet toch wat dat soort volk deed, helemaal terug in de — welke eeuw was dat, de zeventiende? — in de zeventiende eeuw? Ze exploiteerden vrouwen, stalen van hen en verkrachtten hen wanneer het hen goed uitkwam. Ze keken neer op elke andere klasse en daagden iedereen die hen dwarszat uit tot een duel. Het kon hen allemaal geen barst schelen wat voor gevolgen hun daden hadden.

Dus, nee, niet zo’n aardig man, nee.

(more…)

De Jagers en het smalle huis – Rob Geukens

De dag dat mijn grootvader stierf, zag ik hem door zijn tuin wandelen. Hij zag er jong uit, veel jonger dan ik hem ooit gekend had. Niet zoals het verschrompelde lichaam dat zijn laatste wanhopige ademtochten probeerde vast te houden, maar een lange, pezige man van middelbare leeftijd, met een volle bos donkere haren en een krachtige blik. Het leek me niet eens vreemd dat hij daar stond en me wenkte naar een overwoekerd paadje achterin de tuin, terwijl hij eigenlijk in de slaapkamer op de eerste verdieping lag te sterven.

De ontmoeting was stil: zelfs de wind was gaan liggen en de vogels hielden even hun gekwetter, zoals ze doen wanneer de zwarte schaduw van de maan de zonneschijf bedekt tijdens een zonsverduistering. De wereld hield zijn adem in. De verschijning wees zwijgend naar een steen die verborgen lag achter een hoge berk, en was het volgende ogenblik gewoon niet meer daar. Het licht veranderde, de natuur hernam zijn gewoonlijke drukte en ik wist dat mijn grootvader – de oude man op de eerste verdieping, niet de krachtige verschijning in de tuin – zijn laatste adem had prijsgegeven aan de lange nacht. Ik was zes jaar en de dood was nog iets abstracts voor me. Misschien is hij dat nog steeds. Wat weten we er eigenlijk over? We zien slechts de effecten van zijn langskomen, de vingerafdruk van een dader die nooit zelf voor het voetlicht treedt. Een aanwezigheid in de schaduwen.

(more…)

Onvoltooid – Esther Wagenaar

Ik weet niet hoelang ik hier al ben of wat ik hier doe. Ik weet niet eens wat ik ben. Een geest? Een dolende ziel? Ik weet alleen dat ik bij deze plek hoor: het perron van de metro. Waterloopplein staat er op een bord, maar het zegt me niets. Ik kan me niet herinneren dat ik er ooit geweest ben. Ik kan me sowieso niets herinneren en weet zelfs mijn eigen naam niet. Ik ben hier op deze plek en volgens mij al heel lang.

Ik wacht. Straks komt de metro; voor mij een hoogtepunt. Ik ga bij de trap staan, een plek waar veel mensen langs moeten. Het perron vult zich met wachtende reizigers en ik onderdruk mijn verlangen hen aan te raken. Nog even wachten. Ik weet niet precies waarom, maar wel dat dit het waard is.

Daar is de metro. Hij zit propvol en braakt een hele stroom reizigers uit waarvan het merendeel mijn kant op komt. Ik wacht hen op met open armen en voel hoe ze door mij heen lopen. En zodra we elkaar raken, voel ik hun emoties en gedachten door mij heen spoelen. Honger (ik heb best trek, toch nog maar even iets kopen straks of tot thuis wachten?), stress (ik heb mijn werk niet af gekregen en geen idee hoe ik het morgen af moet krijgen), verlangen (ik heb haar zo gemist, het is lang geleden dat ik iemand zo gemist heb), lust (dat is best een lekker ding dat daar loopt, moet je die billen zien), boosheid (de hele dag heeft ie mij genegeerd, die lul), frustratie (schiet op, ik kom te laat), verdriet (weer naar dat lege huis, waarom ging hij weg?). Ik laaf me er aan en ben in extase. Het is overweldigend om zo veel te voelen, om even weg van het niets te zijn.

En dan is het voorbij en keert de leegte weer terug. De stroom reizigers is opgedroogd. De leegte is verpletterend. Het doet pijn. Ik omarm de pijn, want het betekent dat ik iets voel. Wat is die pijn, waar komt het door? Ik weet het niet meer. Ik ben hier, op een perron met een bord Waterloopplein en de metro komt en gaat. Dit is mijn bestaan, alleen maar hier. Altijd hier.

(more…)

Een aria in het Huis der Stilte & andere opera’s – Roderick Leeuwenhart & Tais Teng

De hemel is sterloos in deze eindeloos verre toekomst; de gedoofde zon een cirkel zwarter dan de nacht.

Zoom in op de aarde. Hier is de duisternis minder absoluut: de Vallei licht op met vulkaanvuur en hete bronnen vol stralend plankton. De laatste mensen hebben zich verschanst tegen de monsters van het Nachtland in een stalen piramide van acht mijl hoog. Iedere verdieping is een stad en de half miljard overlevenden hebben een cultuur even bruisend en vitaal als een eeuwig bijgeschonken champagneglas.

 

‘Maestro,’ sprak Borghesi.

‘Maestro,’ sprak Oppenhauer.

Het was een kunst die beide heren verstonden: een enkel woord met precies genoeg minachting uitspreken. Ze hadden dan ook alle reden om een hekel aan elkaar te hebben. Maestro Oppenhauer III, de derde die de componistennaam droeg, had dit seizoen nog furore gemaakt met Jammerklacht der Nachthonden, vanavond zelfs al in zijn zevende speelweek. Hij was het die werd gefêteerd op deze receptie. Maestro Borghesi VII, die als zevende naamdrager een aanzienlijk notabeler artiestenerfgoed representeerde, moest zich echter nog bewijzen.

(more…)

Niet Hitler… – Django Mathijsen & Anaïd Haen

De eerste gevallen van fantomania kwamen al binnen drie weken na de lancering van onze tijdspringers aan het licht.

We deden er lacherig over, vooral Paul.

‘Ze zoeken naar niks,’ zei hij op het lanceringsfeestje. ‘Nooit bestaan, geen onderdeel van het leven, geen existentie.’

Heel wat anders dan Einstein, wiens theorie ons het idee voor de springers had gegeven. ‘Die man wist wél waar hij over sprak,’ zei Paul.

‘Kunnen we nu Hitler doden?’ vroeg een kerel met een paar slokken te veel op.

‘Nee.’ Paul werd heel even ernstig. ‘Je reist veilig in je eigen lijf.’ Hij knipoogde en boog zich voorover naar het publiek. ‘Veilig voor wie … dát laten we in het midden.’

Als ik het me goed herinner, bedacht hij toen ook de naam voor de toestand. Een ziekte kon niemand erin zien. Niet-existentieel was te moeilijk, vond hij – ‘we hebben niet voor niets een eenvoudig apparaat ontwikkeld’ – dus kwam hij op fantoom.

(more…)

Tussen Hemel en het Zand – Wouter van Gorp

Verhalen hebben macht.

Toen ik vijf was, vertelde mijn vader mij dat de vlakte ooit groen was, de duinen begroeid met laag struikgewas. Water vulde de beken die nu als droge barsten door het land lopen en op de oevers van die beken bloeiden planten in de kleuren geel, rood en paars. Ik had ooit een prentenboek gezien met de kleur paars, oud en vervaald, en kon me niet voorstellen dat die kleur in de natuur kon voorkomen. Het was een kunstmatige kleur. Een Aarde-kleur.

‘Het was lang geleden,’ zei mijn vader. De herinnering aan die tijd van wildgroei kwam niet van zijn eigen vader maar van zijn vaders vader. Misschien nog wel verder terug.

‘Hoe weten we dan ooit of het klopt,’ vroeg ik, toen al één en al scepsis.

Mijn vader haalde zijn schouders op. ‘Verhalen hebben macht,’ vertelde hij me. ‘Als we geloven dat het ooit zo was, is het denkbaar dat het ooit weer zo zal worden.’

Nu snap ik dat. Maar toen, toen dacht ik dat er nooit iets zou veranderen aan de zandvlaktes die zich onder de vale zon uitstrekten aan alle kanten van ons roestijzerdorp. Kleur was voor ons niet weggelegd.

(more…)

Uit de bocht gescheurd – Frank Roger

 

Vliegtuigen verdwijnen niet zomaar.

Ze kunnen van de radar verdwijnen, in zee storten, uit de hemel naar beneden tuimelen, maar ze verdwijnen niet zomaar.

Maar dit toestel dus wel. En oom Aaron was aan boord. Voor het eerst in jaren kwam hij me nog eens opzoeken. Ik kan het maar niet geloven. Kan het lot echt zo wreed zijn?

Dit zijn de feiten, volgens de officiële verslagen: op 25 april verdween vlucht BA 425, vertrokken van Washington Dulles Airport met bestemming Londen Heathrow, van de radar enkele minuten voor het toestel begon aan zijn afdaling naar de luchthaven van Heathrow. Er waren geen technische problemen. Alles leek in orde. En toen plots was het toestel verdwenen.

En niet alleen van de radar. Het vliegtuig landde niet op de luchthaven, en er werd geen crash gemeld. Aangezien het toestel boven land vloog toen het verdween, kon het niet in zee gestort zijn. In heel Engeland was er echter geen spoor van te vinden, ondanks intensieve zoekacties. In een dergelijk dichtbevolkt deel van het Verenigd Koninkrijk kan een crash trouwens niet onopgemerkt blijven.

Maar toch is het zo. Het vliegtuig is verdwenen, en oom Aaron ook.

Zolang het wrak en de lichamen van de slachtoffers niet gevonden worden weiger ik te geloven dat oom Aaron er niet meer is. Maar het spreekt vanzelf dat ik me verschrikkelijk zorgen maak, om het nog zacht uit te drukken. Dit is geen makkelijk te bedwingen crisis, zelfs niet voor ervaren rakkers als oom Aaron.

Het enige wat ik nu kan doen is het nieuws volgen en tegen beter weten in hopen op het beste.

(more…)