De beste Nederlandse en Belgische SF, Fantasy en Horror van 2020

Home » Jaar » 2021 » Retrometheus – Paul Harland & Mike Jansen

Retrometheus – Paul Harland & Mike Jansen

 

1

 

Moskou was in de greep van de sneeuw. Op de Nevski Prospekt lag het zelfs een halve meter hoog. Door zijn das heen uitte Ilya Vasiljevitsj Tserentsjov een gesmoorde vloek aan het adres van het aanhoudende slechte weer. Als het de laatste drie weken niet zo had gesneeuwd hadden ze de hulp van het Verenigd Europa niet hoeven inroepen. Maar hij moest toegeven dat de voedselhulp een uitkomst was. De Russische Federatie was Europa niets dan dank verschuldigd.

Ilya sloeg de sneeuw van zijn wanten en slenterde langs de rij wachtende huismoeders naar de voorste vrachtwagen. De wagens versperden de volle breedte van de Prospekt: lange kleurige balken van canvas, met op de zijkant de tekst ‘Europa helpt de Russische Federatie’ in zestien talen, waaronder het Cyrillisch schrift. Onopvallend hield hij stil naast twee druk gesticulerende vrouwen. Niemand besteedde enige aandacht aan hem: een grijsharige oudere man in een volumineuze bontjas.

‘Natuurlijk hebben we genoeg graan!’ riep een van de vrouwen. ‘Het stond gisteren nog in de Novaja Pravda. De regering is alleen te stom om het naar de goeie plaatsen te transporteren.’

‘Wat we nodig hebben,’ zei een man met een gezicht als een ongeschoren walrus, ‘is een echte leider. Iemand die zijn zaken goed op een rij heeft.’ Hij gebaarde breed. ‘Zo’n regering die weet helemaal niet wat hier nodig is. Zij hoeven niet in de kou te staan voor wat brood en een pak koffie.’

De vrouwen knikten vol overtuiging. Ilya slenterde hoofd­schuddend verder. Tachtig jaar dictatuur, en nog waren ze geen spat wijzer. Hij grinnikte. In feite kon de mening van het volk hem bitter weinig schelen. De Russische Federatie was dan wel sinds acht jaar op kapitalistische leest geschoeid, maar er bleven grenzen.

In het onopvallende gebouw aan de noordkant van de Prospekt toonde Ilya zijn legitimatie aan een portier met het droeve uiterlijk van een langorige hond. De man wuifde hem een hokje in, als een telefooncel van zwart glas met een zilveren sensorplaat op de vloer. Ilya legde zijn linker hand op een bismutstaafje in een nis. De geur van ozon doorspoelde zijn neus, een rood licht flitste aan ten teken dat zijn identificatie werd aanvaard: Ilya Tserentsjov, vicekanselier van de adviesgroep ‘Polkon’. Met andere woorden: de op een na hoogste functionaris van het demissionair Politburo, in naam opgeheven na de oprichting van de Federatie, maar in werkelijkheid nog altijd de stuwende kracht achter de regering.

De zwart glazen achterwand van het hokje gleed voor hem open.

‘Ilya Vasiljevitsj!’ kreet kanselier Ostrog opgetogen. ‘Daar ben je eindelijk!’

‘Ik werd opgehouden op de Nevski Prospekt.’

‘Aha.’ Ostrogs gezicht vertrok. ‘De voedseluitdeling.’

Ilya knikte. ‘Een vernederende aangelegenheid.’

‘Ik weet het. Verdomde opzichtige Europeanen. Kom mee naar mijn bureau.’ Het kantoor van kanselier Ostrog was allerminst sober ingericht. Een echt Perzisch tapijt bedekte driekwart van een donker­eiken parketvloer. Aan de wand achter het ebbehouten bureau hingen twee Renoirs en een Matisse. Achter donkerrode gordijnen keken de boogramen uit op de sneeuwoverwaaide Nevski Prospekt en de steeds langer wordende rijen voor de voedselwagens.

‘Ilya,’ zei Ostrog zwaarwichtig. ‘Weet jij wat de Russische Federatie nodig heeft?’

‘Een charismatisch leider,’ zei Ilya met een stem die droop van sarcasme. ‘Dat zegt het volk, tenminste.’

‘Maar het volk heeft gelijk, Ilya Vasiljevitsj!’ Ostrog grijnsde. ‘Ah, je mond valt open. Kom aan, natuurlijk kunnen we nooit een echte leider aan het hoofd van dit land toestaan. Het zou onze machtsbasis onher­roepelijk vernietigen. Maar een kleurrijke stropop… Zichtbaar, mondig, geliefd. Dit wenst het volk. En volkomen gehoorzaam aan onze bevelen. Dat wensen wij.’

Ilya knikte. ‘Maar wie krijgen we zo gek? Die ouwe Gorbatsjov?’

‘Dacht ik ook al aan,’ zei Ostrog. ‘Ik heb hem zelfs gebeld, in zijn buitenhuis op Tenerife.’

‘En?’

Ostrog glimlachte bekommerd. ‘Niets. Hij begon heel hard te lachen. Toen gooide hij de hoorn erop.’

Ilya wreef over zijn kin. ‘Dat was te verwachten. Je kunt van die ouwe zeggen wat je wilt, maar een politieke idioot is hij niet.’

Ostrog kneep zijn lippen tot een dunne streep. ‘Je zegt het.’ Hij rommelde in een lade van zijn bureau. ‘Ook een glas?’ De geur van Ierse whiskey bereikte Ilya’s neus.

‘Graag.’

‘Ilya…’ Ostrog gebaarde met zijn glas. ‘Het gaat slecht met de Russische Federatie.’ Hij hief een hand. ‘Nee, voor

mij geen propaganda, ik krijg dagelijks de financiële statistieken. Ik weet hoe slecht het gaat.’ Hij zette zijn glas met een klap neer. ‘Het gaat slecht, Ilya. Heel slecht.’ Hij keek de ander doordringend aan. ‘Weet je waarom?’

Ilya schudde plichtsgetrouw zijn hoofd.

‘Het kan de mensen niets schelen, dat is het probleem.’ Ostrog zuchtte diep. ‘De Federatie kan alleen voorspoed bereiken als de mensen er ook voor willen werken.’

Stilte viel over het kantoor. Ilya nam een slok van zijn whiskey. Verwachtte Ostrog een antwoord van hem? IJdele hoop. Hij kon alleen maar de enige logische vraag stellen.

‘Wat kunnen we daaraan doen?’

Ostrog lachte. ‘Bij jou ben ik aan het juiste adres. Geen gezeur of navelstaarderij, gewoon: wat kunnen we daaraan doen. Uitstekend!’ Hij smeet een stapel paperassen over het bureau. ‘Ik heb Nathan Aldridge dit rapport laten opstellen.’

‘De cultureel anthropoloog?’ Ilya floot. ‘Tot welke conclusie komt hij?’

‘Twee stuks.’ Kanselier Ostrog drukte zijn vingertoppen tegen elkaar. ‘Ten eerste: de Federatie behoeft een charismatisch leider. Iemand die als brandpunt kan dienen voor de vaderlandslievende gevoelens van het volk. Ten tweede: de cultuur van de Russische Federatie is een chaos. Weet je dat er al acht jaar niet één nieuw boek is uitgekomen? Alleen maar eindeloze studies over het ontstaan van de Federatie. We zitten vast in onze eigen drek.’

‘Ik begrijp het,’ zei Ilya. ‘We zoeken een man die kan zorgen voor een culturele wederopbouw, een Russische Renaissance.’

‘Inderdaad.’ Ostrog spreidde zijn handen. ‘Het is te veel gevraagd beide eigenschappen verenigd te vinden in één persoon. We zijn dus tevreden met twee: één charismatisch leider, één bezielend kunstenaar.’

Ilya keek Ostrog weifelend aan. ‘Wie?’

‘Daar pas jij in dit verhaal, Ilya!’ Ostrog boog zich over het bureau. ‘Jij als gewezen adjunct directeur van de KGB, kent iedereen in dit land. Daarom ga jij voor mij die twee mensen vinden.’

Ilya knikte. Hij had het wel gedacht. Altijd scheepten ze hem met dit soort baantjes op.

 

‘Natasja!’ bulderde Ilya. ‘Heb je die namen nou al voor me?’

‘De lijst van regionale partijfunctionarissen in Omsk en Gorki?’ Natasja keek hem afkeurend aan. ‘Die ligt sinds vanochtend op uw bureau.’

‘Oh.’ Ilya wreef met zijn duimen door zijn ogen. ‘Is dat zo?’ Hij woelde door de stapels rapporten op het bureau. ‘Ik zie het. Dank je.’ Natasja draaide zich om en marcheerde verontwaardigd de kamer uit. ‘Sorry,’ zei Ilya zwakjes tegen haar rug. Hij besefte inmiddels dat het onbegonnen werk was. Niet één partijfunctionaris van de afgelopen dertig jaar bezat zelfs maar de helft van de eigenschappen die een leider moest hebben. In tegendeel: het waren saaie mannetjes, zo hoog gekomen juist omdát ze dergelijke eigenschappen niet bezaten. Ilya liet zijn hoofd op zijn armen rusten. Hij zuchtte diep en langdurig. Hij had machinebankwerkers, administrateurs, zelfs ingenieurs en wiskundigen en tekenaars. Hij kon duizend koks leveren, en mijnwerkers, en zelfs leeuwentemmers en acrobaten. Maar geen leiders, geen dichters. Moest hij dan de opdracht teruggeven? Onder geen beding! Hij móest een leider vinden: een Leon Bismarck Beiderbecke, een Napoleon Bonaparte. Hij grauwde naar de stapels rapporten in hun blauwe kaften. Kon hij Napoleon maar ronselen!

Ilya verstijfde. Zijn ademhaling werd plotseling zwaar. In zijn ogen verscheen een glimmertje.

‘Natasja!!!’

Zijn secretaresse verscheen. ‘Meneer Tserentsjov, ik zou het op prijs stellen als u niet steeds zo schreeuwde,’ maande ze hem stijfjes.

Hij krabbelde een paar nummers op een papiertje en overhandigde het aan zijn secretaresse. ‘Kun je dit document voor me halen? Uiterste spoed!’

‘Dat is AA-geclassificeerd, meneer Tserentsjov. Dat kan ik niet zomaar meenemen.’

‘Oh jawel.’ Ilya drukte haar het papiertje in de hand en stapte naar zijn bureau. ‘Hier heb je mijn legitimatie en archiefkaart. En nou opschieten, graag.’

 

 

2

 

‘Zie je wel, zie je wel,’ mompelde Ilya. ‘Relativistische Retrospectieve Analyse.’ Hij sloeg de folder open en knorde van genoegen. ‘Met andere woorden: tijdreizen.’ Hij begon te lezen. Een half uur later wist hij: het kon. Hij was bij machte Napoleon Bonaparte van St.Helena te plukken, nog voordat hij volgens de geschiedenis zou sterven.

Hij spreidde de inhoud van de map over zijn bureau: twaalf gele enveloppen. Ieder bevatte een studie met cryptische titels als ‘Relativistische Retrospectieve Analyse’ of ‘Tijdgerelateerde Dimensie­vraagstukken’. Ilya schudde zijn hoofd. Hij kon de hele boel beter in de kluis sluiten, morgen was er weer een dag. Bovendien was hij de uitputting nabij. Hij raapte de documenten bij elkaar en stopte de map onder zijn arm. Een dun velletje papier, oranjebruin van ouderdom, fladderde over het bureau. Het was een lijst van alle geleerden die aan het project hadden meegewerkt.

Ilya zuchtte. Hij was doodmoe, maar… Hij plofte weer in zijn stoel. Snel kopieerde hij de namen – het waren er bijna honderd – op een onbeschreven vel van een blocnote. Toen pakte hij een rode viltstift en begon de mensen weg te strepen die niet direct bij het onderzoek betrokken waren geweest: onderhoudstechnici, mecaniciens, installa­teurs.

Uiteindelijk hield hij precies veertig namen over. Die kopieerde hij naar een nieuw vel van de blocnote.Hij liet zijn blik over de lijst dwalen. Als één van die mensen nou nog leefde…

Als…

Maar daar lag het probleem juist. Ze waren allemaal omgekomen bij de grote explosie in de Oeral, aan het begin van de zestiger jaren. En toch ergens, een klein vergeten feit. Hij vloekte. Als adjunctdirecteur van de KGB had hij vaak vertrouwelijke informatie onder ogen gekregen. Maar zoals de meeste KGB’ers bezat hij een professionele vergeetachtigheid op het gebied van gevoelige aangelegenheden. Hij knipte met zijn vingers. Een naam, de naam van een dorp of iets dergelijks…

Kriniansk. Dissidenten, een of ander schandaal. Na de opheffing van de geheime politie waren alle KGB-files officieel verbrand onder toezicht van medewerkers van de Verenigde Naties. Maar voordat dat gebeurde had de toenmalige kanselier, voorganger van Ostrog, er zorg voor gedragen dat het hele archief op microfilm werd gezet.

Het vinden van de naam ‘Kriniansk’ in de index kostte Ilya slechts enkele minuten. Een referentie verwees hem naar het document dat hij wilde hebben. Het betrof een dissidente groep binnen het onderzoeks­team dat de tijdreisexperimenten had uitgevoerd. De leider van de dissidenten was ene Grigoesj Anatoljevitsj Velikovskij. Hij nam de microfilm uit de lezer en zocht de bibliothecaris op, die met een paperback uitgave van ‘de Goelag Archipel’ in een luie stoel zat.

‘Deze spoel,’ zei Ilya. ‘Beeldje zesvierendertig tot zesnegentig, een afdruk.’ Tien minuten later liep hij met een gele map onder zijn armen terug naar zijn kantoor. Hij schonk zichzelf een glas whisky in ‑ in tegenstelling tot Ostrog prefereerde hij Schotse whisky boven Ierse.

Vervolgens sloeg hij de map open en begon te lezen. De dissidente groep bestond uit acht personen. Ze hadden gewaarschuwd voor de enorme gevaren van het experimenteren met de tijd, met name de toekomst. Tot hun grote ongeluk waren ze zelfs zover gegaan om de KGB te verwittigen. De leider van het project bezat vrienden op hoge posten, de dissidenten werden dan ook ogenblikkelijk gedeporteerd naar verschillende plaatsen in Oost‑Siberië. Twee dagen later bliezen de overgebleven geleerden zichzelf en het grootste deel van hun aantekeningen op. De explosie betekende het einde van zes dorpen en de dichtstbijzijnde legerbasis, Kriniansk. De omgeving was jarenlang zwaar radioactief gebleven. Radioactief, dacht Ilya. Waarom? Er zat geen radioactief materiaal in de apparatuur. Hoe dan ook: niet alle geleerden waren omgekomen!

Hij trok zijn zwarte boekje uit zijn binnenzak, pakte de telefoon en draaide een nummer in Oost‑Siberië.

‘Boris,’ klonk het aan de andere kant.

‘Tserentsjov hier. Boris, je kunt iets voor me doen.’

‘Wat?’ Boris Mikelajevitsj Ivanov was een informant waarvan Ilya regelmatig gebruik maakte. Geen vriendelijk of kameraad­schap­pelijke man, maar desalniettemin competent.

‘Ik heb een lijst van acht dissidenten. Allemaal bij jou in de buurt neer­gezet, zo’n veertig jaar geleden. Vind ze voor me.’

‘Kun je me terughalen? Naar Moskou?’

Ilya zuchtte. ‘Boris, als jij een van deze mensen voor me vindt, zal ik zien wat ik voor je kan doen.’ Het bleef stil aan de andere kant van de lijn uitgezonderd de zware ademhaling van Boris.

‘Kameraad Tserentsjov.’ Boris’ stem was zwaar van emotie. ‘Deze keer verwacht ik dat je je belofte waarmaakt. Ik heb je vele diensten bewezen, maar Moskou heb ik al dertig jaar niet meer gezien.’ Weer die veelbetekenende stilte. ‘Begrijp je? Als je nu weer niet komt met je beloofde amnestie ben ik gedwongen mijn loyaliteiten te verleggen.’

Ilya schudde zijn hoofd. Boris was vanaf dit moment waardeloos. ‘Als jij een van deze mensen kunt vinden, beloof ik dat je kunt terugkeren naar Moskou. Echter…’

‘Ja?’

‘Je moet wel begrijpen dat Moskou veranderd is sinds je voor het laatst door haar straten liep. Misschien krijg je wel spijt.’

‘Ik betwijfel het.’

Ilya maakte een aantekening in zijn zwarte boekje. ‘Goed. Hier komen de namen; schrijf ze op. Ik bel over een week terug.’

 

Ilya wreef de slaap uit zijn ogen. In de afgelopen dagen was de toestand van de Russische Federatie snel verslechterd. Konvooien van het Verenigd Europa waren gestrand in Polen en Roemenië. De voedselschaarste werd nijpend. De sneeuwval belemmerde het verkeer, zelfs op de speciale banen van het leger kon geen vliegtuig meer landen. Russische zowel als westerse weersatellieten en computers voorspelden dat de barre omstandigheden nog maanden zouden aanhouden.

Bezorgd keek Ilya uit het raam van zijn kantoor. De rijen voor de winkels werden langer en langer. Fabrieken twee, vijf en zes lagen stil wegens gebrek aan grondstoffen. Zelfs hijzelf kon geen brood meer krijgen. Wie waren de mannen die de Russische Federatie uit het moeras konden lichten? Drie dagen lang had hij zich met niets anders beziggehouden. Napoleon Bonaparte was een eenvoudige keus: de Franse keizer die de Franse cultuur had uitgedragen naar de rest van Europa, op de vleugels van zijn legers. Het was buitengewoon cynisch dat Rusland, dat meer dan twee eeuwen geleden zijn ondergang werd, juist door deze man zou worden gered. Wat de kunstenaar betrof, had hij zich laten adviseren door een Europese kennis. Het moest een kunstenaar van naam zijn, met een flamboyante conversatie en een productie van constante kwaliteit. Hij moest bovendien veelzijdig zijn, en niet afkerig van nieuwe media en kunstvormen.De kennis had een naam genoemd. Tot Ilya’s grote genoegen was de sterfplaats van die persoon tot op de millimeter bekend. Het hotel waar hij was gestorven bestond nog altijd. Het bed stond nog steeds op dezelfde plaats. Oscar Wilde: de kunstenaar, de estheet.

De telefoon piepte. Ilya greep de hoorn. ‘Tserentsjov.’

‘Meneer Tserentsjov?’ Het was Natasja, zijn secretaresse.’De man van Kasparov Fijnelectronica heeft zojuist gebeld. Alle onderdelen waarom u vroeg, zijn gewoon in voorraad.’

‘Uitstekend! Zorg ogenblikkelijk voor de bestellingen. Spaar kosten noch moeite; het beste van het beste is nog nauwelijks goed genoeg.’ Hij maakte een aantekening in zijn agenda.

‘Oh, Natasja?’

‘Ja, meneer Tserentsjov?’

‘Je bent de afgelopen dagen een onmisbare steun geweest. Ik zal er persoonlijk voor zorgen dat je het Grootkruis van Verdienste krijgt.’

‘Dank u, meneer Tserentsjov.’ Ilya legde de hoorn neer. Zo! dacht hij opgelucht. Nu was het wachten op Boris. Hij durfde nauwelijks te hopen: alle dissidenten waren boven de veertig in het jaar van hun deportatie. Ilya staarde voor zich uit. Hij drukte zijn vingertoppen stijf tegen elkaar; af en toe tikte hij met zijn wijsvingers tegen zijn voorhoofd.

Als Boris niet tenminste een van die wetenschappers wist te vinden… Een dilemma. Hij kon de experimenten herhalen; dat was geen enkel probleem. De technologie was verbeterd, de onderdelen verfijnd. Maar de instellingen van de apparatuur moesten worden gekalibreerd aan de hand van ‘Retroanalyse in een tijdrelatieve omgeving’.

Zo werd het uitgelegd in de geschriften van Otho Lublinca, de leider van het experiment. En bijna alle kennis omtrent ‘Retroanalyse’ was door de explosie van het oppervlak van de planeet gevaagd. Alleen één van die dissidenten zou hem kunnen vertellen waarom dat gebeurd was. Drie dagen later arriveerde de bestelde apparatuur. Nog dezelfde middag vertrok een konvooi naar Oost‑Siberië.

Ilya zelf zou later komen, wanneer de semipermanente onderkomens waren opgetrokken, de apparatuur opgesteld. Bovendien was voor het welslagen van het project een aantal wetenschappers nodig, een hechte en competente groep, die alleen in de grote steden te vinden was.

Ilya belde een aantal wetenschappelijke instituten. Uiteindelijk huurde hij een complete onderzoeksgroep van de Mikhail Gorbatsjov Universiteit voor Gevorderde Techniek. Nu was het wachten op Boris. Het eeuwige wachten.

 

Ilya opende met moeite een oog. Was dat… Ah. Inderdaad, de telefoon. Welke idioot zou hem rond deze tijd kunnen bellen? Hij onderdrukte een geeuw. Op zijn leeftijd was het slopend om zomaar gewekt te worden.Hij grabbelde naar de hoorn.

‘Ja?’

‘Tserentsjov? Boris hier.’

Ilya ging rechtop in bed zitten. ‘Boris? Wat wil je? Het is drie uur ‘s nachts!’

‘Dat spijt me, kameraad. Ik had er niet bij nagedacht; het is hier zeven uur in de ochtend.’ De bedeesde klank van Boris’ stem overtuigde Ilya van zijn eerlijkheid.

‘Maakt niet uit. Nou, waarom bel je?’

‘Ik heb er een gevonden. Tanja Petrovna Maraskova. De enige vrouw op je lijst. De anderen zijn dood.’

Ilya was op slag klaarwakker. ‘Je hebt er een! Mooi werk, Boris. Waar zit je op dit moment?’

Boris noemde de naam van een landmachtbasis tegen de Chinese grens.

‘En wanneer kan ik nu naar Moskou?’

‘Er komt een helikopter aan,’ verzekerde Ilya hem. ‘Om Maraskova op te halen. Je vliegt mee.’

‘Dank je, kameraad, dank je!’

Ilya gooide de hoorn op de haak en pakte zijn zwarte boekje. Hij vond de juiste naam al snel. Kolonel Smolagov: een legerfunctionaris die hij eens een kleine dienst had bewezen. Tsjerentsjov zou het spijtig vinden als Boris een klein… ongelukje zou overkomen. Spijtig, jazeker.

 

De tweemotorige helikopter, een grijs geschilderd troepentransport, landde statig op de bevroren toendra. Aan de rand van het landingsveld stond de kleine, dikke Boris; een paar meter achter hem stond een oudere vrouw wier lange, grijze haar wapperde in de luchtstroom van de helikopterwieken. De deuren van de helikopter vlogen open. Soldaten sprongen eruit; nog voordat hun laarzen de grond raakten had de rest van hun lichaam de voorgeschreven houding aangenomen.

Smolagov verscheen in de deuropening: een magere man met een massa zwart krulhaar. Op zijn borst prijkten slechts twee lintjes; maar die vertegenwoordigden de hoogste onderscheidingen die de Russische Federatie uitreikte. Met afgemeten passen liep hij op de twee toe.

‘Boris Mikelajevitsj Ivanov ? Tanja Petrovna Maraskova?’ De officier knikte hen beiden vriendelijk toe en schonk hen zijn breedste glimlach. Ze zagen er allebei verlopen uit, hoewel om andere redenen. Boris was een kleine, lompe figuur met een alcoholrode neus; de geleerde was een oude vrouw met een kromme rug en een gezicht als een kreukelige leren lap. Smolagov schudde de oude vrouw de hand.

‘Professor Maraskova? Gaat u maar vast naar de helikopter.’ Maraskova staarde Smolagov met brandende ogen aan.

‘Jongeman, jullie methoden zijn zeer eigenaardig. Veertig jaar geleden wilden jullie mijn bestaan vergeten; nu laat je me uit dit hellegat plukken door die bezopen zombie van je.’ Ze knikte in de richting van Boris. Smolagov glimlachte dunnetjes.

‘Ach ja, kameraad Boris, die ons zulke onschatbare diensten bewezen heeft! Wel, kameraad, je kunt nu met geheven hoofd terugkeren naar je geliefde Moskou!’ Op Boris’ grove gelaat verscheen een uitdrukking van kinderlijke blijheid. Kolonel Smolagov sloeg een arm om Boris’ schouders en leidde hem tot vlak bij de ingang van de helikopter.

‘Kameraad, je bent een sieraad voor je land. Eindelijk kun je dan terugkeren naar Moskou.’

‘Met geheven hoofd,’ zei Boris blij. Smolagov knikte. Hij gebaarde terloops naar de soldaten naast de ingang van de helikopter. Twee van hen grepen Boris bij een arm en tilden hem ruim een halve meter omhoog. De wieken van de helikopter ratelden even, maalden toen gezapig verder.

‘Met geheven hoofd,’ constateerde Smolagov droog. Hij keerde zich naar Maraskova.

‘Nu, professor? Gaat u vrijwillig mee?’ De oude vrouw knikte dof.

 

 

3

 

Boven de hoofdkoepel draaide een radarschotel, slechts vaag gezien door de sneeuw, gestaag rondjes. Een hoge afrastering scheidde het proefterrein van het militaire kordon, waarschijnlijk neergezet om nieuwsgierigen op een afstand te houden. Ilya schudde zijn hoofd. Nieuwsgierigen, hier? Op een van de kilste, meest onherbergzame vlaktes van heel Siberië? Enfin, veiligheid voor alles.

Aan de noordkant van het terrein, beschut door een hoge wal van aangestampte sneeuw, lagen de barakken van het personeel. Hier stopte de vrachtwagen. Ilya trok zijn bontkraag om zijn keel en opende de deur. Het interieur van de vrachtwagen was ogenblikkelijk bitter koud.

In de kantine werd Ilya voorgesteld aan de leden van het wetenschappelijke team. De meesten kende hij al; hij had ze in Moskou persoonlijk de eed van geheimhouding afgenomen. Aan het uiterste einde van de rij geleerden ontmoette hij voor het eerst Tanya Maraskova. De oude vrouw, met haar lange grijze haar des te opvallender tussen de jonge gezichten om hem heen, weigerde hem de hand te reiken.

Ilya haalde zijn schouders op. Als dat ouwe mens maar meewerkte, verwachtte hij verder geen beleefdheid. Hij besteeg het kleine podium dat speciaal voor de gelegenheid was opgesierd met de vlag van de Federatie. Hij knikte de groep toe en begon aan zijn tevoren ingestudeerde toespraak.

Hij pauzeerde, keek de rij van passieve gezichten langs. Wat was hier aan de hand? Hij schudde zijn hoofd, ging op de rand van het podium zitten en wenkte de leider van het wetenschappelijk team.

‘Doctor Akulov, alstublieft.’ Akulov wist zichzelf geen houding te geven. Had de kalende geleerde een hoed bezeten, dacht Ilya, dan zou hij die nu nerveus om en om gedraaid hebben.

‘Eh… Vicekanselier, we hebben een groot probleem.’

‘Werkelijk,’ zei Ilya droog. ‘En waaruit bestaat dat?’

Akulov, krabde zich op zijn kalende hoofd. ‘De gegevens die u ons gaf, zijn niet compleet. We hebben alle apparatuur volgens specificatie opgesteld, dat gaf geen problemen. Maar er is een aantal kalibraties die nergens in de documenten vermeld worden, en…’

Aha, dacht Ilya. Daar begon het al. ‘Mijn beste, om die kalibraties uit te voeren heb ik professor Maraskova aan uw team toegevoegd. U hoeft haar alleen maar te vragen…’

‘Ze weigert,’ zei Akulov kortaf.

Ilya knikte. ‘Heeft u een ruimte die geschikt is voor een kort onderhoud?’

‘Eh…’ Akulov keek om zich heen. ‘De radarpost is op dit moment niet bemand. Luxueus is het niet, maar…’

‘Dat geeft niet.’ Ilya wenkte Maraskova, draaide zich naar Akulov. ‘Laat u dit aan mij over, doctor. Maakt u zich verder geen zorgen; ik ben meer dan tevreden over uw verrichtingen.’ De blik van pure opluchting op Akulovs gezicht was bijna zielig, vond Ilya. Misschien, heel misschien, zouden de mensen over honderd jaar hun werk doen omdat ze het prettig vonden. Tot die tijd moest hij zijn werk doen met behulp van de heerschappij van de angst. Op het eerste gezicht leek Maraskova een weke oude vrouw. Haar ogen waren waterig en bleek, haar gezicht een massa vlakken van gebleekt crêpe. Maar iemand die het veertig jaar had uitgehouden in het hart van Siberië, had absoluut niets weeks in zich. Nee, het lichaam van de oude vrouw mocht het dan langzamerhand opgeven, haar hersenen waren nog sterk genoeg. Maraskova was waarschijnlijk voorbereid op een harde behandeling, peinsde Ilya. Dus zou hij het probleem vanuit een heel andere hoek moeten benaderen.

Hij wees Maraskova een stoel. Ze zou verwachten dat hijzelf bleef staan: de klassieke ondervrager/ondervraagde verhouding. Dus boog hij zijn knieën en ging naast haar voeten op de grond zitten.

‘Professor Maraskova,’ zei Ilya zacht. ‘Waarom werkt u mijn experiment tegen?’ De oude vrouw keek op hem neer. Ilya kon een steek van bewondering niet onderdrukken. Veertig jaar in ballingschap en de ze bezat nog steeds meer wilskracht dan menig ambtenaar in Moskou.

Woordeloos keek hij Maraskova in de ogen.

‘Omdat…’ Ze aarzelde. ‘Omdat ik weet wat er fout ging.’

Ilya knikte.

‘En u wilt voorkomen dat we die fout herhalen? Dat stel ik op prijs.’

‘Maar u gaat toch door,’ stelde Maraskova met dunne stem vast. ‘Ik zie het aan u.’

‘Inderdaad.’ Ilya vouwde zijn handen. ‘Het experiment gaat door, met of zonder uw medewerking. Mocht er iets gebeuren dat… niet voorzien was, bedenk dan: voor ons zal het snel over zijn. Misschien ook voor de rest van de wereld.’

De oude vrouw keek hem recht in de ogen. ‘U laat me geen keus.’

Ilya schudde zijn hoofd. ‘Geen enkele.’ Hij legde zijn linker hand op Maraskovas arthritische vingers. ‘Komaan. Wat ging er mis in Kriniansk?’

Maraskova haalde diep adem. ‘Het was die gek Lublinca. Hij speelde met de toekomst. Velikovsky en de rest van ons bezwoeren hem dat het niet veilig was. Hij sloeg onze raad in de wind, we werden gedeporteerd.’ Ze stond moeizaam op.

‘Kameraad Lublinca gebruikte de experimentele opstelling om te zien of het mogelijk was uranium te stelen uit een Amerikaanse kern­centrale, twintig jaar in de toekomst.’

Ilya knikte. ‘Hij stal teveel. Natuurlijk! En de energie die vrijkwam bij het overzetten heeft een kettingreactie veroorzaakt!’ Maraskova schudde dof haar hoofd. ‘Hij stal een gram.’

Ilya stamelde in verwarring. ‘Maar… Ik begrijp het niet.’

‘Ik heb een theorie, kameraad,’ zei Maraskova. Ilya zweeg en keek de oude vrouw aan.

‘Er is slechts één verleden,’ zei Maraskova zacht. ‘De keten van gebeur­tenissen die naar het heden leidt. Oorzaak en gevolg. Begrijp je dat?’ Ze keek zijdelings naar Ilya.

‘Jazeker. Ga verder.’

‘Op ieder ogenblik van het heden is er een aantal toekomsten mogelijk.’ Maraskova wees op een instrumentenpaneel. ‘Op dat paneel zou een lampje defect kunnen raken. Alles is mogelijk. Over een seconde zijn er misschien tien mogelijke toekomsten. Een seconde later zijn er honderd. Nog een seconde later: duizend mogelijke toekomsten.’ De oude vrouw keek Ilya recht in de ogen.

‘De apparatuur is niet in staat, onderscheid te maken tussen die toekomsten. Lublinca stal een gram uranium, maar als mijn theorie klopt, kreeg hij een gram uranium uit elke mogelijke toekomst. Zodra het proces begon werd de kritieke massa bereikt. Gelukkig maar. Als het proces voltooid was voor de explosie, dan hadden we een oneindige grote massa uranium gehad, en dus geen Aarde meer.’ Stilte daalde neer over de radarpost.

Uiteindelijk mompelde Ilya: ‘Mijn god.’

‘Begrijp je het?’ drong Maraskova aan. ‘Speel nooit met de toekomst! Als je me dat belooft, werk ik mee.’

Ilya greep de hand van de oude geleerde, en drukte die. ‘Ik beloof het.’

 

‘Allereerst moeten we een test doen,’ zei Akulov. ‘Een klein voorwerp, een boek of iets dergelijks. Vicekanselier, heeft u een voorstel?’

‘Jazeker!’ Ilya legde een overzichtskaart van het Kremlin op tafel. ‘Dit vraag ik me al jarenlang af…’

Akulov lachte. ‘Ik zie wat u bedoelt! Interessant; het zou een hoop verklaren.’ Hij draaide zich om.

‘Sergej Sergejevitsj! Kun je zorgen dat deze retrolocatieberekeningen in de apparatuur worden ingevoerd?’

De retroductiekamer was niet meer dan een gat, uitgehakt in de grond van de toendra. De wanden waren afgedekt met kunststof isolatie­platen, aan de bovenkant verbonden met een gepolariseerde plexi­glazen koepel. Een houten plankier langs de wanden van het gat onder­steunde een massa apparatuur. Het meeste ervan was naar het midden van de kamer gericht, waar een platform van aluminium wafelplaat lag.

In de retrokamer kwamen machines tot leven met een aardschuddend laag ronken. Alle ogen waren gericht op de koepel. De lucht boven het platform begon zachtjes te trillen. De koepel leek iets donkerder te worden.

‘Ultraviolet, hoge intensiteit,’ sprak Akulov in een intercom. ‘Generatoren B en E bijstellen.’ Hij keek naar Maraskova, die knikte. Ilya keek Akulov vragend aan.

‘Een van de voorwaarden voor het optreden van het retro­spectie‑effect is een bepaald soort gemoduleerde straling,’ verklaarde de projectleider. ‘Het enige wat we moeten zien, is een klein beetje blauwwit licht. Verder hoort alle energie naar de retroductie te gaan.’ Ilya knikte. Hij liet liever niet merken dat hij er niets van begreep. Boven het platform werd de lucht melkwit, als een dichte mist. Bijna tegelijk werd de koepel donkerder.

Felblauwe vonken ranselden het oppervlak van de wafelplaat; boven de plaat ontstond een pulserende witte nimbus. Tanya Maraskova hief haar linkerhand, duim en wijsvinger tot een cirkeltje gesloten. In de stralende wolk verscheen een donkere vorm. Rond het metalen platform scheen de structuur van de wanden te veranderen, de vloer te verkleuren. Als in een luchtspiegeling verscheen een salon uit vervlogen tijden, gecentreerd rond het enige object dat enige soliditeit leek te hebben.

‘Nu!’ riep Akulov. Tanya Maraskova sloeg op een grote rode knop. Van het ene ogenblik op het andere vielen de machines stil. De wafelplaat lag er kaal en verlaten bij. Behalve… De koepel wentelde open. Een vlaag van intense koude walmde hen tegemoet.

‘Gelukt,’ mompelde Akulov verrukt. ‘Het is gelukt!’ Akulov en Maraskova daalden af in de retrokamer, op de voet gevolgd door Ilya.

Even heerste er stilte. Toen: ‘Een pijp?’ Maraskova snoof. ‘Had je niet wat beters kunnen bedenken?’ Ilya grijnsde.

‘Kameraad, dit is de beroemde pijp van de grote leider, Stalin. Om het verdwijnen van deze pijp heeft hij zijn hele huishoudelijke staf laten deporteren.’

‘Aha.’ Maraskova’s glimlach ging snel over in een frons. ‘Maar jij hebt dus de deportatie van die mensen op je geweten… Anderzijds, het is toch al gebeurd… Maar als jij niet… Ach!’ Ze hief in wanhoop haar armen boven haar hoofd.

‘Goed,’ zei Ilya. ‘Doctor Akulov, morgen wil ik Oscar Wilde en Napoleon Bonaparte op dat podium zien liggen.’

‘Wacht even!’ riep Maraskova, ‘Als het lukt hen over te halen, wie sterft er dan in hun plaats?’ Akulov en Tserentsjov keken haar met verbaasde gezichten aan.

‘Ze heeft gelijk,’ zei Akulov, ‘daar had ik nog niet bij stilgestaan.’ Hij dacht even na. ‘Igor!’ riep hij even later.

Een van de jonge wetenschappers kwam bedaard vanachter een terminal aan het andere eind van de ruimte terwijl hij rustig een stuk salami wegkauwde.

‘Wat?’ vroeg hij tussen twee smakken. Igor zag er uit als een verjongde uitgave van Einstein en was minstens zo verstrooid en briljant. Onge­duldig legde de projectleider hem het probleem voor. Igor haalde diep adem en werkte het brok vlees met moeite weg.

‘Waarom vullen we de matrix niet met materiaal van hier? Dat neemt de vorm van het object aan op het moment dat de retrolocatie plaatsvindt.’ Doodgemoedereerd liep hij met zijn salami terug naar zijn plek. Akulov wreef met zijn hand over zijn kin.

‘Dat zou kunnen. We bouwen toch eerst een matrix op. Er is een kort moment, terwijl het retroproces in gang is.’ Hij keek om zich heen, naar zijn staf. ‘Zorg dat het gebeurt! Haal maar wat ijs, er is zat buiten!’

 

‘Ik heb de apparatuur nog wat fijner afgesteld,’ zei Maraskova. ‘Generator C bleek magnetisch te interfereren met B en D. Eenvoudig opgelost natuurlijk; ik heb een kooi van Faraday rond C getrokken. Als alles goed is, zijn we nu ook de laatste lichteffecten kwijt.’

‘Uitstekend,’ zei Ilya. ‘Begin maar.’ Dit maal waren de lichteffecten, zoals Maraskova gezegd had, bijna afwezig. Op het platform verschenen de omtrekken van een eenvoudig houten bed met een halfrond hoofdeind. En een lichaam in het bed. Ilya zag een pappig wit gelaat: lange zware kin, dikke oogleden, volle lippen. De figuur bezat een onthutsende driedimensionale tastbaarheid. Een seconde lang ver­scheen rond het bed het geestbeeld van een kleine, spaarzaam gemeubi­leerde kamer. Toen drukte Maraskova op de rode knop.

Het lichaam van Oscar Wilde smakte op het platform. De uitdrukking op zijn gezicht, vond Ilya, was de meest komische en tegelijk de meest opgeluchte die hij ooit gezien had. Twee verplegers daalden af in de retrokamer en gespten het bewegingloze lichaam vast op een stretcher.

‘Snel,’ riep Akulov. ‘Breng hem naar de medische afdeling.’ Akulov wreef in zijn handen. ‘Dat ging perfect! Nu Napoleon!’ Hij gebaarde naar Tanya Maraskova; de koepel gleed over de retrokamer en de machines traden in werking. Veertig seconden later konden de verplegers weer afdalen in de retrokamer. Met een bezorgde frons keek Ilya naar het grauwe gelaat van de gewezen keizer, de rode zweren waar zijn haar in plukken had losgelaten. Hij schudde zijn hoofd. Hij hoopte maar dat de verlossers van zijn land nog gered konden worden.

 

 

4

 

‘Meneer Wilde.’ Ilya sloot de deur van de ziekenkamer achter zich en ging naast het bed opeen stoel zitten. ‘Ik begrijp dat deze ervaring een schok moet zijn.’ De tolk vertaalde; Wilde knikte.

‘Zelfs ik ben sprakeloos ‑ niet iets dat me vaak overkomt. Minder dan een dag geleden was ik stervende in een hotel aan de Rue des Beaux Arts.’

‘We hebben u opgehaald met een machine. Daarmee zijn we in staat om de tijd te overbruggen alsof het ruimte is.’

‘Reizen door de tijd…’ Wilde knikte geamuseerd. ‘Ik herinner me een gesprek met…Hoe was zijn naam? Herbert George Wells. Zijn ideeën over tijd waren bijzonder amusant. Zijn schrijfstijl daarentegen was buitengewoon tragisch.’

‘U heeft zijn boek niet gelezen? Het heette ‘De tijdmachine’. Een van de grote werken uit uw tijd.’

Wilde schudde beminnelijk zijn hoofd. ‘U verwacht hopelijk niet van mij dat ik dergelijke weinig verheffende werkjes lees? Mijn aandacht is geheel en al voor de klassieken en hen die eens klassiek zullen zijn. Zoals ikzelf. Maar, meneer Tserentsjov, als ik het wel heb, ik heb een vraag aan u.’ De corpulente dichter ging rechtop in bed zitten. ‘U hebt me hierheen gehaald, me genezen. Ik voel me beter dan ooit tevoren. Daarvoor zeg ik u dank. Maar… U hebt me niet voor niets hierheen gehaald, meneer Tserentsjov. Wat wilt u van me?’

Op dat moment wist Ilya dat hij de juiste keus gedaan had. Oscar Wilde zag er uit als een bleke rups met een drankverslaving, maar zijn hersenen werkten uitstekend.

‘We hebben u nodig, meneer Wilde.’ Ilya trok een dikke enveloppe uit zijn binnenzak. ‘Het lijkt me het beste, dat u dit overzicht leest van de geschiedenis van Rusland, over de laatste honderd jaar.’

Een half uur later keek de dichter op. Zijn gezicht vertoonde een brede glimlach vol slechte tanden. ‘U wilt dat ik een cultureel programma voor u opstel!’

‘Inderdaad. Bijzonder opmerkzaam van u.’

‘Meneer Tserentsjov!’ Wilde zwaaide met zijn armen. ‘Uw land, uw Russische Federatie, bevindt zich in een afschuwelijke historische impasse! Het is niet meer dan natuurlijk dat u mij erbij hebt geroepen om uw cultuur nieuw leven in te blazen!’

Ilya sloot zijn ogen. Veel van de boeken die hij over Wilde gelezen had, benadrukten zijn verwaandheid. Enfin, dat was een eigenschap waarmee hij zou moeten leren leven. Echter: Wilde was wel verwaand, maar absoluut niet gek. Ilya zuchtte. Voor het eerst sinds het begin van dit hele waanzinnige project, begon hij enig geloof te krijgen in een goede afloop.

 

‘Meneer Bonaparte!’ Ilya schudde zachtjes aan de in een zachtblauwe pyjamamouw gestoken arm van de kleine Fransman. ‘Napoleon!’ Er kwam geen reactie. Ilya deed een stap naar achteren. De gewezen keizer zag er al veel beter uit. Zijn wangen vertoonden een gezonde blos; de zweren op de hoofdhuid waren bijna genezen. Hier en daar prikten kleine haarstoppels door de tere nieuwe huid.

Napoleons ogen flitsten open. Ilya werd onmiddelijk getroffen door het enorme verschil tussen de ogen van Oscar Wilde en Napoleon Bonaparte. Wilde’s ogen getuigden van een grote intelligentie, maar dan van een loom en genotzuchtig soort. De ogen van Napoleon flitsten heen en weer als de ogen van een sluw en berekenend knaagdier.

Dat werd ruzie, besefte Ilya onmiddelijk.

‘Wie bent u?’

Ilya ging op een stoel naast het bed zitten.’Meneer Napoleon, ik ben de leider van de groep mensen die u hierheen heeft gehaald. Wij werken met een… Een soort apparaat, waarmee we mensen door de tijd kunnen laten reizen.’ In Napoleons ogen las hij onbegrip. Toch had Wilde het idee van de tijdmachine zonder slag of stoot aanvaard… Ach! Natuurlijk, Napoleon dateerde van voor de Industriële Revolutie. Het hele idee van machines, dat voor Wilde geen enkel probleem opleverde, was volkomen nieuw voor Napoleon. Hij had waarschijnlijk nooit iets gezien dat ingewikkelder was dan een paard en wagen.

‘Waarom ben ik hier?’

Ilya legde een hand op de arm van de kleine Fransman. ‘U bent op dit moment in de Russische Federatie. Wij hebben behoefte aan iemand die ons land met kracht kan leiden. U leek de meest geschikte persoon.’

‘U vleit me,’ zei Napoleon. ‘Ik zal legers nodig hebben.’

Ilya grinnikte even om de directheid van de voormalige keizer. ‘Eh… Het gaat niet zozeer om de buitenlandse betrekkingen. Ons volk heeft een krachtig leider nodig, iemand naar wie het op kan kijken…’

‘Aha!’ Napoleon ging rechtop zitten. ‘U wilt dat ik konkel en smoes! Ik weiger.’ Ilya lachte inwendig. Voor dit probleem had hij de enig juiste oplossing.

‘Natuurlijk wordt u voor uw werk beloond…’

‘Zo?’ Napoleon leunde zijn kin op zijn linkerhand. ‘En wat denkt u mij als beloning te geven? Wat heeft u dat ik graag zou verwerven? Geld? Ha! Roem? Daar geef ik niet meer om.’ Het bleef stil. ‘Komaan,’ maande Napoleon. ‘Wat is die fameuze beloning van u?’

Ilya haalde diep adem. ‘Moskou.’

‘Die stad heb ik altijd al willen bezitten,’ zei Napoleon.

‘Destijds waren we er trots op dat we u verjoegen,’ zei Ilya. ‘Nu bent u de enige die haar nog wil hebben.’

Napoleon keek hem doordringend aan. ‘Een armetierige bedoening is het wel, ja. Het moet een eigenaardige gewaarwording zijn dat u iemand die u ooit hebt verjaagd, plotseling zozeer nodig heeft. U maakt daar een gewoonte van. Ik had het er gisteren over met Tanya Maraskova. Een buitengewone vrouw.’

‘De verbanning van Tanya Maraskova was politiek gezien onver­mijdelijk…’

‘Ja!’ onderbrak Napoleon hem scherp. ‘Volgens uw politiek! Maar we kunnen allemaal zien waar uw politiek toe geleid heeft, is het niet? U smeekt bij de vijand om voedsel!’ ‘Daar komt verandering in,’ bezwoer hij. ‘En snel! Moskou is nu van mij!’

‘Moskou is van haar inwoners,’ wierp Ilya tegen. ‘Zij vormen de staat, onder uw regering!’

‘De staat?’ Napoleon lachte honend. ‘De staat, dat ben ik! Moskou is van mij!’

De deur van de ziekenkamer ging open en een rijzige man in een witte kamerjas kwam binnen. ‘Tsk,’ zei Oscar Wilde. ‘Twee kale mannen die vechten om een kam.’ Hij wendde zich af van de politici. ‘Als u klaar bent met ruzieën om een lading grauwe betonwijken, dan hoor ik het zeker wel?’

Napoleon negeerde Wilde volkomen.

 

5

 

De kantine van het radarstation was omgebouwd tot een halve bibliotheek. Drie TVs toonden voortdurend nieuwsuitzendingen, kranten en boeken lagen hoog opgestapeld. Napoleon en Wilde waren als veelvraten door honderden jaren nieuwsberichten, literatuur en geschiedenis gegaan. Hun discussies waren verhit, maar ze leken het uiteindelijk altijd eens te worden.

Twee maanden na hun retrolocatie ontbood Napoleon Ilya in de kantine.

‘Vicekanselier!’ zei Napoleon. ‘Ik wil mijn nieuwe staats­huishouding voorleggen aan de Moskovische politici. Het wordt tijd dat ik stappen onderneem om deze…’ Hij gebaarde wild om zich heen. ‘Om deze chaos te breidelen!’ Het hoofd van Oscar Wilde dook op vanachter de rug van de kleine Fransman.

‘Ik zal u helpen, waarde collega,’ zoemde hij. ‘Om boven het spreek­gestoelte uit te komen.’ En met die woorden greep hij Napoleon onder beide armen en tilde hem een halve meter de lucht in.

‘Meneer Wilde!’ krijste Napoleon. ‘U gaat te ver!’

Homerisch lachend verliet Wilde de kamer.

Napoleon kalmeerde binnen seconden en keek Ilya indringend aan. ‘Wel?’

‘Een voordracht voor de Senaat kan ik voor u organiseren, of ze naar u zullen luisteren kan ik niet garanderen.’

Napoleon wuifde zijn argument weg. ‘Mijn visie en strategie zijn uniek. De handenzitters in de Senaat kunnen niet anders dan akkoord gaan. Mijn legers zijn paraat?’

Ilya slikte. Hij kon nu niet meer terug. ‘Voldoende eenheden om de belangrijke posten te bezetten. Mocht dat nodig zijn.’

 

***

 

‘We moeten onze problemen een voor een oplossen,’ betoogde Oscar Wilde. ‘Ik denk, mijne heren geëerde leden van de senaat dat u dat met ons eens zal zijn.’ De senaat murmelde een driehonderd­vijftigkoppige instemming. Napoleon Bonaparte trad naar voren en ging naast Wilde achter de katheder staan. Alleen Ilya en Wilde wisten dat de kleine Fransman op een bankje stond, om hem niet geheel in het niet te laten zinken naast de forse Ier.

‘Om te beginnen,’ zei Wilde, ‘de voedselproblemen. Wij hebben de zaak onderzocht; onze bevindingen zijn als volgt.’ Hij overhandigde Napoleon een vel roze papier.

‘Er is meer dan voldoende voedsel om alle leden van de Russische Federatie te voeden,’ zei Napoleon met stemverheffing.

‘Pakken we het goed aan, dan houden we zelfs een ruime hoeveelheid graan over voor de export.’ Een onrustig geroezemoes trok door de senaat.

‘Maar waarom hebben de inwoners van de Federatie dan al die tijd honger geleden?’ Napoleon boog zich voorover. ‘Omdat het graan niet vervoerd kon worden. Waarom kon het graan niet vervoerd worden? Omdat er geen vrachtwagens waren. Waarom waren er geen vracht­wagens?’ Napoleons stem werd luider en luider.

‘Omdat de twee fabrieken in de Federatie die vrachtwagens produceren, stil lagen! Waarom? Vanwege een gebrek aan canvas om dekzeilen van te maken!’

‘De dekzeilen worden sinds vorige week gemaakt van nylon,’ vulde Wilde aan. Hij richtte zich in zijn volle lengte op.

‘Mijne heren! Op ieder ogenblik in de afgelopen tien jaar had u het voedseltekort in de Federatie op kunnen heffen door een eenvoudige instructie aan de vrachtwagenfabrieken.’

‘Maar er is meer!’ vulde Napoleon aan. ‘Gebrek aan vlees. U draagt daar niet direct schuld aan, zegt u. De gronden van de Federatie zijn kalkachtig en schraal. Maar in Schotland heeft men al sinds negentienzeventig!’ Hij blafte het jaartal, zodat spetters speeksel over de katheder vlogen. ‘Sinds negentienzeventig een schapensoort die uitstekend gedijt op precies die kalkachtige grondsoort! Die bovendien gewend is aan lage temperaturen. Mijne heren, aan de grens van het West-Siberisch laagland hebben we duizenden vierkante kilometers, nu in onbruik, die ideaal zijn voor deze schapen!’

‘We hebben inmiddels een kudde van duizend stuks aangeschaft,’ zei Wilde. ‘Binnen twee of drie jaar heeft ieder inwoner van de Federatie dagelijks een stuk vlees op zijn bord! We beginnen met schapenvlees; maar we zijn reeds in onderhandeling over kuddes koeien en lama’s.’

‘Maar de werkelijke reden van alle problemen ligt dieper!’ bulderde Napoleon. ‘Veel dieper!’ Hij boog over de katheder alsof hij de leden van de senaat wilde aanvliegen.

‘Uw land heeft meer hulpbronnen dan een aantal landen in de rest van de wereld. Maar u klaagt alleen maar! In plaats daarvan had u het beste moeten maken van de hulpbronnen die u had! Winterharde groenten! Waterhyacinth in de rivieren! Vee dat gewend is aan schrale gronden!’

‘Met andere woorden,’ zei Oscar Wilde op plezierige toon, ‘u heeft gefaald.’

‘Gefaald!’ krijste Napoleon. ‘Heren, u bent de meest ongelooflijke kudde rundvee die ik ooit heb mogen meemaken!’ Zijn gezicht liep rood aan. ‘Dit land heeft slechts een probleem: u! En u bent ontslagen!’ Hij sloeg met beide vuisten op de katheder. Stof wolkte omhoog. ‘Ont­slagen! Tot de laatste man!’ Driehonderdvijftig ademhalingen stokten verschrikt en er brak kortstondig paniek uit toen meer dan honderd zwaarbewapende soldaten de zaal binnenstormden. Enkele Senaats­leden werden hardhandig teruggeslagen in hun stoel, waarna de rust weerkeerde.

‘Een moment nog,’ zei Wilde snel. ‘Voor u vertrekt. We verzoeken u uw kamers in het Kremlin voor half vijf vanmiddag geheel leeg op te leveren. Wat achterblijft, wordt vernietigd.’ Wilde verliet het spreek­gestoelte en wandelde naar de zijkant van de zaal.

Een voor een verlieten groepjes Senaatsleden nu de zaal, begeleid door soldaten.

‘Vicekanselier,’ zei Wilde met een brede lach. ‘Wat vond u van onze eerste openbare presentatie?’ Ilya knikte minzaam. Dit was niet precies wat hij zich had voorgesteld. Maar hij kon beter de kat uit de boom kijken…

‘Nieuwe bezems, meneer Wilde. Volgens mij hebt u de juiste koers te pakken.’

 

‘Heren,’ zei Ilya met volle mond. Hij veegde de laatste restjes van een koninklijke portielamsvlees met muntsaus van zijn lippen. ‘Ik moet zeggen dat u het voedselprobleem met buitengewone verve hebt opgelost.’ Napoleon ontving het compliment met een korte knik.

‘Dank u. Natuurlijk staan we niet stil bij deze verrichting hoe monumentaal ook. We zijn al bezig met remedies voor andere problemen.’

‘Misdaad,’ verklaarde Wilde. ‘Drank, drugs, vernielingen.’

‘Baldadige jeugdbendes,’ ging Napoleon verder. ‘Uitstekend ruw materiaal voor mijn leger. Strak leiderschap, exacte hiërarchieën… Dat zal ze iets geven om voor te leven.’

Wilde schudde zijn grote hoofd. ‘De toekomstige kunstenaars. Jeugd, schoonheid. Alleen iemand die is omringd door mooie dingen, kan zelf mooie dingen creëren. Discipline is de dood van alle kunst.’

‘Kunstenaars!’ gromde Napoleon. ‘Luiwammesende ijdeltuiten!’

‘Maar heren toch!’ zei Ilya met een grijns. ‘U krijgt toch nu geen ruzie? Net nu het zo goed gaat!’

‘Ruzie? Niets daarvan.’ Napoleon schudde vol overtuiging het hoofd.

‘We hebben een eenvoudige doch doeltreffende oplossing. Die is als volgt…’

 

Even buiten Moskou verscheen, van de ene dag op de andere, de legerplaats van het nieuw opgerichte Federatieleger onder leiding van Napoleon Bonaparte. Niet ver daar vandaan werd een tweede, veel kleiner kamp opgericht: een kunstenaarskolonie. De vlakte tussen de twee kampen werd omtrokken met een hoog, geëlektrificeerd hek. Binnen deze omheining werden series zeer eenvoudige, zelfs Spartaanse barakken gebouwd, rij na kleurloze rij. Deze voorbe­reidingen getroffen, begon de Moskovische politie op grote schaal de recalcitrante jeugd van de straten te halen. Een en ander gebeurde op grond van een inderhaast aangenomen wet die forse straffen stelde op ‘dissipatie en opzettelijke lelijkheid zonder ver­zachtende omstandig­heden’. De aldus opgepakte jeugd werd geïnter­neerd in de barakken tussen legerplaats en kunstenaarskolonie. Eenmaal per week hielden zowel Oscar Wilde als Napoleon Bonaparte een aantal zeer emotionele toespraken.

Daar ze het enige vertier in het kamp vertegenwoordigden, werden de toespraken altijd uitstekend bezocht. Vooral gezien de aanlokkelijkheid van de geboden voorzieningen, bedden in plaats van britsen, goed eten in plaats van kaal, bitter brood en de overredingskracht van de beide sprekers, waren wervingsofficieren van beide kampen zestien uur per dag in de weer. Iedere week werd een contingent zeer vasthoudende nietsnutten getransporteerd naar kampen in het koudste en minst herbergzame deel van Siberië. Zoals Napoleon Bonaparte het stelde: ‘Zij laten het land in de kou staan; dus laat het land hen in de kou staan.’

 

‘Meneer Bonaparte!’ gromde Wilde. ‘Haalt u dat alstublieft weg! Ogenblikkelijk!’ Hij sloeg zijn handen voor zijn ogen. ‘Ik heb nog nooit zoiets lelijks gezien!’

Napoleon Bonaparte sloeg met twee vuisten op tafel. ‘Monsieur Wilde! U heeft nu al zes van mijn architectonische voorstellen roemloos de grond in geboord. Het wordt tijd dat u beseft dat er maar een persoon leider kan zijn over dit land!’

‘Politiek leider, jazeker! Laat u de cultuur alstublíeft aan mij over! Uw zogenaamde architectonische voorstellen, uiterst charmante stand­beelden van uzelf, die bijzonder sierlijk zouden kunnen zijn indien ze twee meter hoog waren, in plaats van vierhonderd, vallen geheel en al onder mijn jurisdictie! Ik lever u toch ook geen ontwerpen voor de uniformen van uw leger?’

‘Dat zou u wel willen, nietwaar?’

‘Jazeker!’ zei Wilde. ‘De grauwe kleur van die uniformen is de dood van alle creativiteit.’

‘Meneer Wilde!’ Napoleon Bonaparte stampvoette. ‘In mijn leger wens ik gehoorzaamheid! Geen creativiteit, geen enkele!’

‘Dat is jammer,’ meesmuilde Wilde. ‘Want nu u het erover hebt, ik heb inderdaad een ontwerp gemaakt voor een nieuw uniform. Ik had nooit gedacht dat mijn redacteurschap van Woman’s World me nog eens zo te stade zou komen.’ Hij trok een rol papier uit zijn mouw en spreidde die uit op de tafel.

‘Zoals u ziet, een eenvoudige maar elegante creatie in primaire kleuren met her en der wat accenten in paars, groen en wit. Zeer bevredigend, al zeg ik het zelf. Schoonheid en eenvoud zijn vaak nauw verwant.’

Napoleon Bonaparte uitte een zuur gegorgel. Zijn ogen puilden uit; een straaltje speekseldroop uit zijn linker mondhoek.

‘Monsieur Wilde! Legeruniformen dienen voorzien te zijn van schutkleuren!’

‘Schutkleuren?’ zei Wilde verveeld. ‘Mijn waarde! Zodra ik klaar ben met de herdecoratie van dit land zíjn dit schutkleuren!’

‘U wilt mijn leger herscheppen tot een lospolsige pederastenbende!’

‘Als dat zou kunnen…’ Oscar Wilde glimlachte weemoedig. ‘Vindt u ook niet dat jongemannen zich bezig moeten houden met datgene wat ze het beste kunnen? Jong en mooi zijn, bijvoorbeeld. Zoals ik al eens gezegd heb in het Engels, een fraaie cultuurtaal die u waarschijnlijk niet kunt appreciëren: little boys should be obscene, not heard.’ Hij wees met een elegant rozehouten stokje naar een detail onderaan de tekening.

‘Mede met deze gedachte in het achterhoofd heb ik de broek van het uniform laten voorzien van een losse flap, afgesloten met knopen. U zou misschien zo’n moderne ritssluiting verwachten, maar voor een man van de wereld zijn knopen zoveel romantischer. Daarnaast…’ Wilde rolde de tekening verder uit om zijn metgezel een ander detail aan te wijzen.

Doch Napoleon Bonaparte had de ruimte reeds verlaten.

 

Ilya Tserentsjov beende heen en weer langs de vergadertafel in het kleine zaaltje van het Kremlin.

‘Ik begrijp er niets van, heren,’ verklaarde hij. ‘Absoluut niets! Uw maatregelen komen mij volkomen waanzinnig voor, stuk voor stuk. En toch schijnt het te werken. De fabrieken produceren meer dan ooit, de economie herstelt zich met sprongen, het moreel van de bevolking is uitmuntend.’ Hij hield stil aan het hoofdeind van de tafel, boog voorover en zette zijn handen op het eikenhouten blad.

‘Of sjoemelt u soms met de statistieken, heren?’

‘Maar kameraad!’ riep Wilde zonnig. ‘Het idee alleen al!’

‘Meneer Tserentsjov,’ zei Napoleon zuur. Zijn maag baarde hem zorgen.

‘Het maakt niet uit wat we doen. Het gaat erom dát we het doen. Het laatste wat de Rus verwacht, is dat er iemand iets doet. Al onze zogenaamde ‘krachtdadige beslissingen’ waren een groot stuk theater. Overigens met dank aan meneer Wilde, die daar een buitengewoon talent voor heeft.’

‘Oh.’ Ilya schudde zijn hoofd. ‘Ik ben bang dat ik het nog steeds niet begrijp…’

Napoleon keek hem strak aan. ‘U bent een vertegenwoordiger van de oude orde, meneer Tserentsjov. U bent misschien een begaafd administrateur; maar een staatsman bent u niet. Dat kunt u maar beter aanvaarden; laat het regeren aan ons over.’

Ilya knikte. Hij was geen staatsman, inderdaad. Wel voelde hij zich plotseling heel oud. Hij knikte nog eens. Plotseling besefte hij, dat hij in zichzelf stond te mompelen.

 

Het was met een diep gevoel van angst dat Ilya aanklopte bij de vertrekken van Oscar Wilde. Verbaal was hij op geen enkele manier de gelijke van Wilde, en de cynische opmerkingen van de Ierse poëet gaven hem altijd het gevoel dat er een heel stuk van de wereld was, een fel, kleurig en onbedwingbaar komisch stuk, dat hij gewoon niet zag. Laat staan dat hij het begreep.

De deur zwaaide open. Op de drempel stond een jonge man met donkerblonde krullen. Hij droeg het uniform van een kozak maar de bovenste vier knopen van het uniformjasje stonden nonchalant open; bijna ondenkbaar voor een kozak.

‘Eh…’ Ilya aarzelde. ‘Oscar Wilde?’

De kozak stapte achteruit en noodde Ilya met een breed armgebaar binnen.

‘Anatoly?’ klonk de volle stem van Wilde uit een andere ruimte. ‘Is dat… Ah!’ In de Byzantijnse poort die naar de badkamer leidde, verscheen Oscar Wilde in een volumineuze witte badjas met een rolkraag en manchetten van donkerblauwe wol.

‘Meneer Tserentsjov! Wat prettig dat u juist nu komt! De architect heeft zojuist de ontwerpen voor het nieuwe universiteitsgebouw afgeleverd. De plattegrond heeft de vorm van een fleur‑de‑lys en de bestrating van het binnenplein wordt uitgevoerd in tegels met fleur‑de‑lys er op. Bovendien…’ Wilde hield zijn hoofd scheef en keek Ilya strak aan.

‘Is er iets? Niets ernstigs, hoop ik?’ Ilya kneep zijn lippen opeen. Daar had je het weer: die buitengewone opmerkzaamheid die zowel Wilde als Napoleon bezaten. Hoe deden ze het? Lazen ze zijn gedachten?

‘Nee…’ stamelde hij. ‘Ik… Ik kom hier in verband met een klacht over u.’ Wilde zwaaide lachend met zijn handen.

‘Meneer Tserentsjov! Ik ben volkomen onschadelijk; wie zou zich over mij willen beklagen?’ Het moest er dan maar uit, dacht Ilya.

‘Uw geachte collega,’ zei hij. ‘Napoleon Bonaparte. Hij beweert dat u zijn plannen doorkruist.’ Wilde lachte laatdunkend.

‘Het gaat zeker over de nieuwe barakken bij het legerkamp?’

‘U wilde marmer en hemelbedden, beweert hij.’

‘Inderdaad! Inderdaad!’ Wilde wierp zichzelf in een stoel; het meubel protesteerde luid. ‘Anatoly? Wil je mij en kameraad Tserentsjov een likeur brengen?’ Hij keerde zich naar Ilya en keek hem diep aan.

‘Meneer Tserentsjov,’ zei hij op vriendelijke toon. ‘Napoleon Bonaparte is soldaat, geen architect. Mijns inziens bestaat het probleem dat u aanroert, absoluut niet.’

Ilya knikte aarzelend. Wilde, vond hij, had in feite gelijk. Maar hij had van kanselier Ostrog bevel gekregen, Napoleon op geen enkele manier tegen de haren in te strijken.

‘U heeft gelijk, meneer Wilde.’ Ilya maakte een verontschuldigend gebaar. ‘Maar…’ Wilde keek hem doordringend aan.

‘Maar de politicus wordt belangrijker geacht dan de kunstenaar. Is dat het?’ Ilya boog het hoofd.

‘Meneer Wilde…’

‘Het geeft niet, het geeft niet.’ Wilde klopte hem op de rug.

‘Napoleon Bonaparte poogt zowel politicus als kunstenaar te zijn, en faalt. Laat ik, die geen van beide ambieer, dan beide rollen vol verve vervullen.’

‘U weet een uitweg uit dit dilemma?’ Wilde knikte. ‘Natuurlijk. Denkt u na: Napoleon Bonaparte poogt Moskou te veranderen in een stad van strijders. Ik wil haar het gewaad van de muze omhangen.’

‘En wie van u heeft volgens u gelijk?’ Ilya fronste. Wat bedoelde Wilde?

‘Beide,’ zei Wilde. ‘Maar Moskou is een kwade muze; ze heeft teveel van de marketenster in zich; ze draagt haar landschap van kale heuvels als een vaal uniform.’ Hij stapte naar het raam en trok de gordijnen opzij. ‘Ik wil een universiteit stichten, een bron van kunst en wetenschappen, een plaats van schoonheid die schoonheid voort­brengt.’ Wilde masseerde zijn kin met zijn rechter hand. Hij lachte weemoedig.

‘Maar niet in Moskou, meneer Tserentsjov.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Niet in Moskou.’

 

‘Wilde vraagt de Oekraïne,’ deelde Ilya mee. ‘Zegt dat het gebied hem aan Ierland doet denken.’

‘Hm.’ Ostrog schudde zijn grijze hoofd. ‘Wat vind jij?’ Ilya keek de kanselier aan. Hij haalde zijn schouders op.

‘Doen. Het gaat niet om een de facto overdracht; Napoleon regeert het land. En op deze manier houden we Wilde uit Napoleons vaarwater.’

Ostrog sloot zijn ogen. ‘Als die twee samen bezig zijn, gaan de veranderingen mij een beetje te snel. Kunnen we ze afzonderen, dan is het misschien ook mogelijk om ze beter in de hand te houden.’ Hij wreef met zijn duimen door zijn ogen.

‘We moeten het maar doen, Ilya.’ Ilya verliet de kamer. Ostrog zag er de laatste tijd slecht uit, vond hij. En hijzelf voelde zich eigenlijk ook niet zo goed.

 

‘Het is begonnen.’ Wilde legde zijn hoed en handschoenen op het bureau.

‘Werkelijk.’

‘Zeer zeker.’ Wilde neeg het hoofd. ‘Komaan, monsieur Napoleon.’ Napoleons stoel, die tot dat moment naar het raam gekeerd had gestaan, draaide honderdtachtig graden. Bonaparte grijnsde breed.

‘Meneer Wilde, ik had mij geen waardiger medestander kunnen wensen.’

‘Het genoegen, monsieur, is geheel aan mijn kant.’

‘U zei: het is begonnen.’

‘Inderdaad.’ Napoleon Bonaparte reikte Wilde de hand.

‘Ze hebben u de Oekraïne gegeven?’ Wilde knikte.

‘Geheel volgens plan.’ Napoleon uitte een schallende lach. Na enkele seconden volgde Wilde zijn voorbeeld.

 

 

6

 

Vijf jaren verstreken. Ilya zag het haar op zijn voorhoofd enkele centimeters verder achteruitgaan; zijn hangwangen raakten meer en meer geprononceerd. Hij was inmiddels kanselier van ‘Politikoj’, in feite leider van de Russische Federatie. Ostrog was, na enige aandrang van de overige leden, teruggetreden na het debacle met de stuwdammen in de Ob. Ilya vermoedde dat zowel Wilde als Bonaparte daar sterk de hand in hadden gehad. Maar bewijzen had hij niet.

De Russische Federatie bloeide. Onder het bezield leiderschap van Napoleon Bonaparte had het volk een motivatie hervonden die het honderd jaar lang niet had gekend. Oscar Wilde’s universiteit in Kiev had dependances in Gorki en Archangelsk, en ook nog in Dublin, Ierland. Estheten in de fraaiste uitmonsteringen flaneerden over de Nevski Prospekt, het Rode Plein.

Het volk, dat in eerste instantie vreemd aankeek tegen deze uitbundig geklede kunstenaars, genoot van de vrijheid die ze symboliseerden. De Federatie voer er wel bij. Natuurlijk waren er zorgwekkende facetten aan de Russische Renaissance; maar die weet Ilya aan de karakters van Wilde en Napoleon. Een onrustbarend aantal Ieren en Fransen bekleedde leidende functies. En waarom moest Bonaparte zo nodig het leger in voortdurende staat van paraatheid hebben? Een bescheiden klopje op de deur rukte Ilya uit zijn gedachten. ‘Binnen!’

‘Meneer Tserentsjov.’ Oscar Wilde stapte de kamer in, op de voet gevolgd door de kozak, Anatoly. Wilde was gekleed in een blauw satijnen kniebroek, een wit, geel en roze gestreept hemd met een brede vlinderdas, en een lange zwarte overjas met bontkraag en bonten mouwstukken. Sinds de man twintig kilo was kwijtgeraakt, dacht Ilya, en zijn huid niet meer zo bleek en pappig was, stond het hem uitstekend. Anatoly droeg nog steeds een kozakkenuniform, maar nu in roze en mintgroen.

‘Meneer Wilde! We zien u te zelden, in deze contreien.’

‘U kent mijn mening over Moskou.’ Ilya knikte.

‘Zeker, zeker. Maar vindt u niet dat het beter gaat sinds de bouw van het Cultuurpaleis en het grote standbeeld van Bonaparte?’ Oscar Wilde schudde beslist zijn hoofd.

‘In geen geval! Absoluut niet! Geen sprake van! Bonapartes naar­geestige imitatie van het vrijheidsbeeld met een zwaard nog wel, in plaats van een fakkel is ontegenzeglijk het lelijkste dat ik ooit gezien heb.’ Wilde wapperde in vervoering met zijn handen. ‘Meneer Tserentsjov, geen mens is in staat tot het koesteren van kunstzinnige en verheven gedachten wanneer die monstruositeit voortdurend boven hem uit torent!’ Terwijl Wilde sprak, liep Anatoly langs de wanden van de kamer, her en der een ornament van een schap tillend, achter alle schilderijen kijkend.

‘Meneer Tserentsjov,’ baste Wilde, ‘ik kan u verzekeren dat het mentaal klimaat in mijn universiteitssteden vele malen beter is dan…’ Anatoly maakte een kappend gebaar met zijn hand. Hij greep een buste van Tsjaikovsky van Ilya’s bureau, schoof het raam open en dumpte het beeldje in de sneeuw.

‘Zo!’ Wilde draaide zich om. ‘Dat was meer dan voldoende esthetisch gebabbel. De omstandigheden dwingen mij om een bepaalde mate van ernst te introduceren in onze conversatie.’ Hij haalde een sigaretten­pijpje tevoorschijn, schoof er een sigaret in en stak hem aan.

‘Hoezeer ik ook een hekel heb aan serieuze gesprekken. Een kunste­naar zou bedienden moeten hebben die de ernst van het leven voor hem waarnamen. Maar goed.’

‘Heeft het te maken met de recente manoeuvres van het leger?’

Wilde kraaide van plezier. ‘Meneer Tserentsjov! U bent niet voor niets leider van de Russische Federatie, dat is wel duidelijk.’

Ilya glimlachte bleek. ‘Ik vraag me dat de laatste tijd steeds vaker af, meneer Wilde. Ik neem aan dat de buste van Tsjaikovski een micro­foontje bevatte? En er is ook nog een luisterpost in het gebouw hier tegenover, die met behulp van laser de trillingen opneemt die onze stemmen in de ramen veroorzaken…’

‘Wat dan ook de reden is dat ik op een sneeuwdag ben gekomen,’ vulde Wilde aan. ‘Inderdaad.’

Ilya leunde tegen zijn bureau. ‘Ik ben allang niet meer de leider van de Russische Federatie, meneer Wilde. Toen kanselier Ostrog zich terugtrok, hebben u en Napoleon Bonaparte de functie uitgehold tot die van een strooien pop. Belangrijke documenten krijg ik pas ter ondertekening wanneer de beslissingen die er in staan, allang ten uitvoer zijn gebracht.’ Hij keek Wilde scheef aan.

‘Ik neem aan dat Napoleon Bonaparte de nieuwe leider van de Federatie wordt?’

Wilde grijnsde. ‘Bij een van onze eerste ontmoetingen, vijf jaar geleden, heb ik de heer Bonaparte gesuggereerd dat een plezante laagvlakte als Europa een mooi bezit zou zijn. Daar hij zich toch al de rechtmatige bezitter van Frankrijk achtte, en u in hoogst eigen persoon hem de Russische Federatie aanbood op een zilveren presenteerblad, nam Bonaparte mijn suggestie ogenblikkelijk ter harte.’

‘En uw verdere rol?’ Op een vreemde manier voelde Ilya zich opgelucht. Eigenlijk had hij altijd geweten dat dit zou gebeuren.

‘Die is bescheiden.’ Wilde zwaaide met zijn sigarettepijpje. ‘Ik krijg als mijn onvervreemdbaar eigendom dat eigenaardige eilandenrijkje dat mij in het verleden zoveel problemen heeft berokkend.’

‘Engeland,’ zei Ilya met een loden stem. ‘Na honderd jaar neemt u eindelijk revanche op Engeland.’

‘Mijn wraak zal zoet zijn,’ bevestigde Wilde. ‘Ik zal namelijk helemaal geen wraak nemen.’

‘U neemt geen… Oh!’ Ilya begreep het. ‘Maar dat is verschrikkelijk!’

‘Inderdaad. Ik zie dit als ‘criticism through superiority’. Zij weigerden mij mijn kleine idiosyncrasieën toe te staan. Ik zal mij van de hunne niets aantrekken, maar zolang ik leef, zullen ze vrezen dat mijn wraak misschien toch ooit komt.’

‘U bent een wreed man, meneer Wilde.’

Wilde glimlachte fijntjes. ‘Meneer Tserentsjov! Ik laat ze geheel en al met rust; hoe kunt u dat als wreed bestempelen?’

Ilya spreidde zijn handen.

‘Goed, meneer Wilde. Ik begrijp inmiddels dat ik, met mijn Relativis­tische Retrospectieve analyse, een ernstige fout heb begaan.’

‘Zegt u dat wel.’ Wilde drukte zijn sigaret uit in het midden van Ilya’s bureau. ‘U bent de nieuwe Prometheus, u hebt een vuur uit de hemel gehaald. En daar hebt u zich ernstig aan gebrand.’

‘Als ik het wel heb, werd Prometheus voor zijn wandaad aan een rots geketend.’

‘En elke dag,’ vervolgde Wilde, ‘rukte een adelaar zijn lever uit. U kent uw klassieken.’

Ilya plofte in zijn stoel en wreef de resten van Wilde’s sigaret van het bureau. ‘Ik neem aan dat mijn lot korter en gewelddadiger zal zijn?’

Wilde schudde zijn hoofd. ‘Dat is inderdaad de intentie van Napoleon. Maar niet de mijne.’

‘U ziet liever dat ik lijd.’

‘Een zekere congruentie met mijn geliefde klassieken is zo oneindig veel bevredigender dan een simpele uitroeiingsoefening.’

Ilya boog het hoofd. ‘Ik ben onachtzaam geweest… Ik had de leiding nooit uit handen moeten geven aan een kleine Franse driftkikker en een Ierse dichter. Ik dacht dat ik u kon manipuleren. In plaats daarvan groef u de grond onder mijn voeten weg.’

Wilde lachte, een onaangenaam geluid. ‘U heeft twee mannen uit het verleden geroepen die niets meer te verliezen hadden. Iedere dag die we leven, is een dag buiten de redelijke loop der dingen, gestolen tijd, een ganzenzomer zonder weerga. U bood ons de Federatie. Onze filosofie is: vandaag Moskou, morgen de wereld!’

‘Prometheus!’ grauwde Ilya. Zijn hoofd tolde.

Wilde maakte een elegant gebaar. ‘Zegt u liever: Retrometheus.’

‘Retrometheus…’ Ilya’s stem was nauwelijks meer dan een gefluister.

‘Goed, meneer Tserentsjov,’ zei Wilde zakelijk. ‘Ik raad u aan, Moskou te ontvluchten. Over exact…’ Hij trok een klokje uit zijn vestzak. ‘Over exact veertien minuten verandert dit gebouw in een wolk oververhitte gassen.’ En met die woorden verliet Wilde de kamer.

 

Sergej Goeljagin ritste de dubbele tentflap secuur achter zich dicht en klopte de sneeuw van zijn dikke bontjas. ‘Ilya? Ik heb de apparatuur opnieuw opgestart en getest.’

Ilya tilde zijn hoofd van het geïmproviseerde bureau. Zijn slapen klopten van de wodka.

‘Wat?’

‘Alles werkt nog, Ilya. De koelsystemen voor de supergeleiders werken naar behoren, de apparatuur is in uitstekende staat. Ik heb de benodigde berekeningen uitgevoerd…’ Goeljagin legde zijn handschoenen op een plank en ging tegenover Ilya aan het bureau zitten. ‘Jij vindt nog steeds dat we het niet moeten doen?’

Ilya knikte sloom. ‘We hebben twee stenen in een vijver gegooid. De resulterende rimpels zijn onze ondergang geworden. Denk je die rimpels te kunnen uitvlakken door een derde steen te gooien?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Ga je gang; doe wat je nodig vindt. Maar laat mijn naam er buiten!’

Goeljagin opende zijn mond, aarzelde.

‘Zeg het maar,’ maande Ilya.

‘Wij… De rest van het wetenschappelijk team vindt dat je geen aanspraak meer hebt op het leiderschap. Ze zijn eigenlijk van mening dat je… dat je terug moet treden.’

Ilya knikte dof. ‘Doe ik. Neem jij het baantje maar over.’

Goeljagin stond op. Duidelijk had hij deze reactie niet verwacht. ‘Ik… Dank je, dat zal ik doen.’ Hij verliet de tent.

Door de lagen canvas hoorde Ilya hem tegen de anderen zeggen: ‘Begin de Retroductieprocedure. Er is geen tijd te verliezen.’ Op zijn woorden volgde een opgewonden gemompel, dat langzaam in de verte verdween toen de groep terugliep naar de Retrokamer.

 

 

‘Het offensief tegen de verfoeilijke usurpator Napoleon Bonaparte verloopt glansrijk!’ bulderde de televisie. Vanuit zijn bed staarde Ilya woordeloos naar het flakkerende beeld.

‘Het leger van de Nieuwe Russische Federatie heeft het West-Siberisch laagland veroverd!’ De nieuwslezer veerde half uit zijn stoel terwijl hij deze woorden las.

‘Op dit moment ligt het leger in kampement voor het Oeral­gebergte. Achter het gebergte houden de troepen van de verfoeilijke Napoleon zich onledig met het plunderen van boerderijen en het doden van de boeren.’ Een brandende boerenhoeve verscheen in beeld. Ilya wist dat de hoeve speciaal voor deze nieuwsuitzending door het leger was geplunderd. De houdingen van de vermorzelde lijken van de boer en zijn vrouw waren speciaal berekend op maximale walgingwekkendheid.

‘De glorieuze leider van het leger van de Nieuwe Russische Federatie!’ brulde de nieuwslezer. ‘Een directe reportage vanuit het stadion van Sverdlovsk!’ Een beeld van het stadion verscheen; de rand van de enorme kuip was bezet met duizenden vlaggenstokken. Van elke stok wapperde het dundoek van de Federatie. Langs de rand van het centrale veld waren tientallen enorme schijnwerpers opgesteld, die hun felle witte stralen recht omhoog wierpen. De legerleider sprak vanaf een verhoogde kansel, waarboven een afbeelding van de Russische beer in laserlicht tegen de wolken werd geprojecteerd.

De spreker bevond zich in de greep van een immense vervoering; hij zwaaide met zijn armen, rukte met zijn hoofd, keek naar links en naar rechts met agressieve zwaaien van zijn kin. Bij het zien van het al te bekende gezicht liet Ilya verslagen zijn hoofd op zijn borstzakken.

‘Herr Napoleon!’ brulde de legerleider, zodat zijn smalle zwarte snor ervan schokte. Zijn vuisten kwamen daverend neer op de top van de lessenaar. ‘Wollen Sie den totalen Krieg?’ Op de achtergrond werden twee SS20-raketten naar voren gereden, hun slanke metalen spitsen priemend als dreigende godenvingers.

Met een verwoestende kalmte begon Ilya zich de toch al spaarzame haren uit het hoofd te rukken.

 

 

Share Buttons

Categories